Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Vrijspraak
5.Beslag
6.Beslissing
spreekt verdachtedaarvan
vrij.
teruggaveaan verdachte van:
Rechtbank Amsterdam
Verdachte werd beschuldigd van het samen met een ander witwassen van bedragen van € 60.000, € 118.000 en € 90.000 door contante stortingen en overboekingen, gevolgd door aankoop van een woning. De rechtbank oordeelde dat hoewel er een witwasvermoeden bestond, het Openbaar Ministerie onvoldoende bewijs leverde dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was.
De feiten betroffen contante stortingen op bankrekeningen van verdachte en medeverdachte, en overboekingen van een eenmanszaak van een familielid die verdacht werd van witwassen. Verdachte en haar echtgenoot verklaarden dat het geld gespaard was of geleend van familie, en onderzoek door de inspectie en belastingaangiftes ondersteunden deze verklaringen deels.
Hoewel het vermoeden van witwassen gerechtvaardigd was, ontbrak het aan concrete aanwijzingen dat verdachte bewust was van de criminele herkomst van het geld. De rechtbank sprak verdachte vrij en hechtte geen waarde aan het ernstige vermoeden tegen de zus van verdachte voor zover het betreft de verdachte zelf.
Het beslag op de woning van verdachte werd opgeheven omdat de vrijspraak het rechtsgrond voor het beslag ontneemt. De rechtbank sprak het vonnis uit op 5 november 2024 na behandeling op 22 oktober 2024.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij wist of moest vermoeden dat het geld uit misdrijf afkomstig was.