Op 30 oktober 2022 vond in Amstelveen bij een partycentrum een incident plaats waarbij de politie werd bekogeld met stenen, blikjes en glaswerk. Verdachte werd ervan verdacht hieraan te hebben deelgenomen. De politie baseerde de verdenking mede op herkenningen van verdachte op camerabeelden en getuigenverklaringen.
Tijdens de terechtzitting op 9 oktober 2024 voerde de verdediging aan dat verdachte op het moment van het incident thuis was en dat de herkenningen op de beelden onvoldoende betrouwbaar waren vanwege de matige kwaliteit en het ontbreken van onderscheidende gezichtskenmerken. De rechtbank onderzocht de camerabeelden, de verklaringen van verbalisanten en de wijze van herkenning.
De rechtbank oordeelde dat de camerabeelden onvoldoende kwaliteit hadden om een betrouwbare gezichtsherkenning te ondersteunen. De belangrijkste herkenning was door een verbalisant die verdachte alleen kende van een foto, wat de betrouwbaarheid verder ondermijnde. Gezien het gebrek aan voldoende bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde openlijke geweldpleging.
De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard en ieder draagt zijn eigen kosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 5 november 2024.