ECLI:NL:RBAMS:2024:6782
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde woning in Amsterdam
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning in Amsterdam, die voor het belastingjaar 2023 was vastgesteld op €391.000,-. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde in de uitspraak op bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep op 10 oktober 2024 behandeld en beoordeelde of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld. Eiseres voerde aan dat zij niet de gelegenheid had gehad om nieuwe referentieobjecten, die in de uitspraak op bezwaar werden gebruikt, te controleren en verzocht om een proceskostenveroordeling. De heffingsambtenaar stelde dat het gebruik van nieuwe referentieobjecten in elke fase is toegestaan en dat deze reeds in de bezwaarfase met eiseres waren besproken.
De rechtbank concludeerde dat eiseres de referentieobjecten in bezwaar wel degelijk had kunnen controleren, mede omdat hierover een matrix was besproken en opgenomen in het bezwaardossier. Andere beroepsgronden werden ingetrokken. Het beroep werd ongegrond verklaard, de vastgestelde WOZ-waarde bleef gehandhaafd en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.