Uitspraak
1.De procedure
2.Gronden van de beslissing
5.Gebruikersvoorschriften(..)
7.Aansprakelijkheid
8.Niet-nakoming
3.De beslissing
3 december 2024 te 10.00 uurvoor het nemen van een akte door eisende partij als hiervoor is overwogen onder 2.18;
Rechtbank Amsterdam
Q-Park vordert betaling van schadevergoeding en tarief verloren kaart van een consument wegens vermeend 'treintje rijden' met een voertuig in strijd met de parkeerovereenkomst en algemene voorwaarden. De gedaagde partij is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.
De kantonrechter onderzoekt ambtshalve of Q-Park heeft voldaan aan informatieplichten en of de bedingen in de overeenkomst en algemene voorwaarden oneerlijk zijn volgens Richtlijn 93/13/EG. De rechter stelt vast dat Q-Park aan haar informatieplicht heeft voldaan, maar dat verschillende bedingen in de algemene voorwaarden, met name artikelen 5.5, 5.6, 5.7, 5.8, 7.5, 8.1, 8.2 en 8.3, vermoedelijk oneerlijk zijn.
De bedingen staan toe dat Q-Park meerdere vergoedingen kan vorderen voor dezelfde gedraging, waaronder het tarief verloren kaart, werkelijke parkeergeld, aanvullende schadevergoeding en overige daadwerkelijk geleden schade, wat leidt tot een cumulatief effect dat de consument onevenredig kan belasten. Ook de mogelijkheid om het motorvoertuig vast te houden tot volledige betaling wordt als oneerlijk beoordeeld.
Daarnaast is de schadevergoeding inclusief btw vermoedelijk onredelijk hoog en de bepaling over buitengerechtelijke kosten onvoldoende duidelijk, waardoor consumenten mogelijk meer kosten moeten dragen dan wettelijk is toegestaan. Q-Park krijgt de gelegenheid om zich uit te laten over deze vermoedelijke oneerlijkheid en de gevolgen van eventuele vernietiging van de bedingen. De zaak wordt aangehouden tot nadere besluitvorming.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat diverse bedingen vermoedelijk oneerlijk zijn en houdt verdere beslissing aan tot nadere toelichting van Q-Park.