ECLI:NL:RBAMS:2024:7043
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwde indexatie
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €513.000 voor het belastingjaar 2023. Na handhaving van deze waarde in het bezwaar, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Amsterdam.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de beroepsgronden van eiseres, die stelde dat de indexatie van de aankoopwaarde van de woning niet correct was toegepast. Eiseres verwees daarbij naar verschillende marktgegevens die een lagere waardestijging lieten zien dan de heffingsambtenaar had gehanteerd.
De heffingsambtenaar had in beroep een nieuwe matrix opgesteld waarbij alleen de aankoopprijs van de woning werd meegenomen en kwam tot een hogere waarde van €532.000 na indexatie. De rechtbank oordeelde echter dat de heffingsambtenaar onvoldoende had onderbouwd waarom zijn indexcijfers afweken en een dalende waarde lieten zien, terwijl eiseres juist een stijging aannam.
Omdat geen van beide partijen het bewijs overtuigend had geleverd, stelde de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €500.000. De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verminderd en de uitspraak op bezwaar vernietigd. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt schattenderwijs vastgesteld op €500.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting overeenkomstig verminderd.