De zaak betreft een verzoek van de William Schrikker Stichting (WSS) tot machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1], geboren in 2007, voor de periode van 27 augustus tot 9 november 2024. De minderjarige verblijft sinds 9 augustus 2024 op een open jeugdzorgaccommodatie, terwijl er een gesloten machtiging was verleend die niet is uitgevoerd vanwege gebrek aan beschikbare plaatsen.
De WSS verzoekt om een reguliere machtiging met terugwerkende kracht voor de periode dat de minderjarige zonder geldige titel op de open plek verbleef. De minderjarige en haar advocaat betwisten de mogelijkheid van terugwerkende kracht, wat ook door de ouders wordt onderschreven.
De kinderrechter overweegt dat de wet geen ruimte biedt voor machtigingen met terugwerkende kracht en dat de toetsing ex nunc moet plaatsvinden. Omdat de mondelinge behandeling pas op 8 november 2024 kon plaatsvinden en de reguliere machtiging vanaf 9 november 2024 ingaat, is het verzoek feitelijk ingehaald door de tijd. De minderjarige verblijft zonder problemen op de open plek en er is geen belang om voor één dag een andere titel te verlenen.
De kinderrechter wijst het verzoek af en benadrukt dat het goed gaat met de minderjarige, met de hoop dat deze positieve ontwikkeling zich voortzet en dat ook de ouders hierdoor gemoedsrust vinden.