ECLI:NL:RBAMS:2024:7278
Rechtbank Amsterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststellingsovereenkomst en proceskostenveroordeling in verzetprocedure
In deze civiele zaak stond centraal of partijen een vaststellingsovereenkomst (VSO) waren overeengekomen waarbij gedaagde een bepaald bedrag aan eiser moest betalen. Na een bewijsopdracht aan gedaagde, heeft de rechtbank op basis van getuigenverklaringen vastgesteld dat de VSO inderdaad tot stand is gekomen.
De getuige namens gedaagde verklaarde dat hij namens gedaagde de onderhandelingen voerde en dat eiser de VSO in zijn bijzijn heeft ondertekend. Deze verklaring werd als betrouwbaar beoordeeld, mede omdat de getuige en gedaagde recentelijk op gespannen voet uit elkaar zijn gegaan, waardoor de getuige geen belang had om in het voordeel van gedaagde te verklaren. De verklaring van eiser dat hij onder druk zou zijn gezet, werd onvoldoende onderbouwd en vond geen steun in andere verklaringen.
De rechtbank verklaarde het verzet van eiser ongegrond en bekrachtigde het verstekvonnis van 22 november 2023. Eiser werd veroordeeld tot betaling van de in het verstekvonnis genoemde bedragen aan gedaagde en tevens tot betaling van de proceskosten van de verzetprocedure, begroot op €2.606,00, inclusief wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis bekrachtigd; eiser wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.