Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[veroordeelde],
Feiten
€ 125.000,-. De maximale duur van de gijzeling is niet bepaald in het arrest. Deze ontnemingsmaatregel is onherroepelijk geworden.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 oktober 2024 de vordering van de officier van justitie tot machtiging tot gijzeling van de veroordeelde, die een ontnemingsmaatregel opgelegd kreeg bij arrest van het gerechtshof Amsterdam in 2002. De ontnemingsmaatregel betrof een betalingsverplichting van €125.000 aan de Staat, waarvan op 20 februari 2024 nog een openstaand saldo van €110.248,94 bestond.
Tegelijkertijd werd een verzoekschrift tot kwijtschelding of vermindering van deze betalingsverplichting ingediend door de raadsman van de veroordeelde. De rechtbank heeft op 5 november 2024 dit verzoek toegewezen en de betalingsverplichting op nihil gesteld. Hierdoor verloor de officier van justitie het belang bij de vordering tot machtiging gijzeling.
De veroordeelde was niet aanwezig op de zitting, maar werd vertegenwoordigd door zijn advocaat. De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk is in haar vordering tot gijzeling. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige strafkamer bestaande uit drie rechters op 5 november 2024.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot machtiging gijzeling omdat de betalingsverplichting op nihil is gesteld.