Verzoekster sub 1, een vennootschap onder firma, had verzet aangetekend tegen de beslissing van de griffier van de rechtbank Amsterdam om griffierecht te heffen. De rechtbank had verzoekster sub 1 in de gelegenheid gesteld om een inkomensverklaring te overleggen, maar deze werd niet ingediend. De Raad voor de Rechtsbijstand weigert volgens haar beleid inkomensverklaringen aan vof's te verstrekken, alleen aan natuurlijke personen.
De advocaat van verzoekster sub 1 heeft contact opgenomen met de Raad over dit beleid, maar een onmiddellijke wijziging of afgifte van een inkomensverklaring werd niet verwacht. De rechtbank oordeelde dat zonder inkomensverklaring het griffierecht voor vermogenden van toepassing is en dat de griffier terecht het bedrag van € 2.751,-- had geheven.
Daarom werd het verzet tegen de beslissing van de griffier ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen reden om het griffierecht op nihil te stellen in afwachting van een mogelijke beleidswijziging van de Raad. De beschikking werd gegeven door rechter E.A. Messer op 14 november 2024.