Op 21 mei 2024 vond een schietpartij plaats op een parkeerterrein in Kudelstaart waarbij medeverdachte werd neergeschoten. Verdachte en medeverdachte zaten samen in de auto toen dit gebeurde. In de omgeving werden een vuurwapen en ongeveer een kilo hasj gevonden. Verdachte werd ervan verdacht deze goederen mede te hebben voorhanden gehad en vervoerd.
De rechtbank oordeelde dat verdachte vanaf het moment dat hij de hasj en het vuurwapen zag en later op verzoek van medeverdachte deze voorwerpen weggooide, wetenschap en beschikkingsmacht had over deze goederen. Ook berichten in een Snapchatgroep bevestigden doelbewust handelen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleegde bij het voorhanden hebben van het vuurwapen en het vervoeren van de hasj.
De strafzaak werd behandeld op 21 november 2024. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van zes maanden waarvan een groot deel voorwaardelijk. De verdediging verzocht om een straf gelijk aan het voorarrest. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de jonge leeftijd van verdachte, zijn rol die kleiner was dan die van medeverdachte, en zijn schone strafblad. Daarom werd een gevangenisstraf van 100 dagen opgelegd, waarvan 56 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en bepaalde dat het voorarrest in mindering wordt gebracht. Het vonnis werd uitgesproken op 5 december 2024 door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam.