AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verbeurdverklaring contant geld wegens handel in illegaal professioneel vuurwerk na overlijden verdachte
De rechtbank Amsterdam heeft op 5 december 2024 een beschikking gegeven op een vordering van het Openbaar Ministerie tot verbeurdverklaring van een contant geldbedrag van €50.250,- dat in beslag was genomen in de woning van de overleden verdachte.
De verdachte was betrokken bij een onderzoek naar een crimineel samenwerkingsverband dat zich richtte op de illegale handel in professioneel vuurwerk. Uit het dossier blijkt dat de verdachte regelmatig aanwezig was op een terrein in Duitsland waar professioneel vuurwerk werd opgeslagen en dat hij vermoedelijk betrokken was bij het ophalen en distribueren van dit vuurwerk in Nederland.
Tijdens een huiszoeking werd een groot bedrag aan contant geld aangetroffen, waarvan €50.250,- aan de verdachte werd toegerekend. De verdachte kon dit bedrag niet verklaren vanuit zijn legale inkomsten. De rechtbank acht het aannemelijk dat dit geld uit de baten van het strafbare feit afkomstig is.
Omdat de verdachte is overleden voordat een onherroepelijke uitspraak in zijn strafzaak kon worden gedaan, is op grond van artikel 16 WEDPro en artikel 33a Sr de verbeurdverklaring van het geldbedrag bij beschikking uitgesproken. De rechtbank wijst de vordering van het Openbaar Ministerie toe en gelast de openbaarmaking en betekening van deze beslissing.
Uitkomst: De rechtbank verklaart €50.250,- verbeurd wegens vermoedelijke betrokkenheid van overleden verdachte bij illegale vuurwerkhandel.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 81/043783-22
Rekestnummer: 017328-24
Beschikking van de meervoudige economische raadkamer op de op 1 mei 2024 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie op grond van artikel 16 WetPro op de economische delicten (WED) en artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in de zaak van:
[verdachte] ,
geboren te [plaats] op [geboortedag] 1953, overleden te [plaats] op [sterfdag] 2022,
destijds wonende op het adres [adres] ,
hierna te noemen: [verdachte] .
1.Procesgang
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie van 1 mei 2024, de schriftelijke toelichtingen hierop door de officier van justitie, mr. J.S. de Weijer van respectievelijk 1 mei 2024 en 19 november 2024 en van de inhoud van het strafdossier inzake onderzoek 03Fazant, waarin [verdachte] als verdachte is aangemerkt.
De rechtbank heeft op 21 november 2024 de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord.
2.Vordering van het Openbaar Ministerie
De vordering strekt tot verbeurdverklaring van een onder [verdachte] in beslag genomen contant geldbedrag van (in totaal) € 50.250,-. Daartoe is het volgende aangevoerd.
Voordat in de strafzaak van [verdachte] onherroepelijk uitspraak is gedaan in eerste aanleg, is hij overleden.
Het is aannemelijk dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan een economische delict, te weten overtreding van artikel 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit (strafbaar gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer jo. artikel 1a, 2 en 6 WED).
[verdachte] heeft volgens de officier van justitie deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband dat zich richtte op de handel in professioneel vuurwerk. Op basis van het dossier is aannemelijk dat [verdachte] als onderdeel van dit crimineel samenwerkingsverband professioneel vuurwerk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en aan anderen ter beschikking heeft gesteld.
De officier van justitie verzoekt het inbeslaggenomen geldbedrag verbeurd te verklaren. Dit geldbedrag is vatbaar voor verbeurdverklaring omdat aannemelijk is dat het uit de baten van de strafbare feiten is verkregen.
3.Beoordeling
De rechtbank kan, indien aannemelijk is dat iemand die, voordat in zijn zaak een onherroepelijke uitspraak is gedaan, is overleden, zich schuldig heeft gemaakt aan een economisch delict, bij beschikking op de vordering van het openbaar ministerie de verbeurdverklaring van al in beslag genomen voorwerpen uitspreken (artikel 16 WEDPro).
De rechtbank gaat bij de beoordeling van de vordering van de officier van justitie uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1. Uit informatie uit de Strafrechtketendatabank d.d. 21 februari 2022 blijkt dat [verdachte] op [sterfdag] 2022 te [plaats] is overleden.
2. Zoals hiervoor overwogen, werd [verdachte] ervan verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan een economisch delict, namelijk (kort gezegd) het binnen het grondgebied van Nederland te brengen en/of aan een ander ter beschikking te stellen van professioneel vuurwerk. Deze verdenking is naar voren gekomen in het onderzoek 03Fazant, dat zich richtte op een crimineel samenwerkingsverband dat gericht was op illegale handel in professioneel vuurwerk.
De rechtbank concludeert dat aannemelijk is dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan handel in illegaal vuurwerk, het delict waarvan hij in onderzoek 03Fazant verdacht werd.
De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van het volgende:
Rol van [verdachte] bij vervoer en distributie van illegaal vuurwerk
In onderzoek 03Fazant is de verdenking ontstaan dat verdachten grote hoeveelheden vuurwerk bestelden bij Triplex in Polen. Uit facturen en bestelbonnen blijkt dat dit gaat om onder andere “shells”, “flowerbeds” en ander vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4. Dit vuurwerk kan worden aangemerkt als professioneel vuurwerk. In een ander onderzoek is bovendien soortgelijk vuurwerk van Triplex (onder andere flowerbeds) in beslag genomen en onderzocht. Ook uit dat onderzoek bleek dat het om professioneel vuurwerk ging.
Het bestelde vuurwerk werd afgeleverd bij munitiebunkers in Muni Berka, een terrein in Duitsland. Uit bezoekersregistratie van Muni Berka blijkt dat [verdachte] hier zeer frequent aanwezig is geweest, telkens in de aanwezigheid van in ieder geval één medeverdachte. [verdachte] bezocht het terrein telkens met voertuigen die niet op zijn naam stonden. Meerdere medeverdachten van [verdachte] zijn naar aanleiding van dit onderzoek op 12 januari 2024 veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk de illegale handel in professioneel vuurwerk. Vastgesteld werd dat de criminele organisatie het professioneel vuurwerk na de opslag in Muni Berka verhandelde aan Nederlandse particulieren. Het vermoeden is dat [verdachte] vuurwerk ophaalde in Muni Berka en dit verder distribueerde aan afnemers in Nederland. In het dossier is TCI-informatie opgenomen waaruit zou blijken dat [verdachte] handelde in vuurwerk en dat klanten middels bestellijsten bestellingen bij [verdachte] konden plaatsen. Daarnaast is hij eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, zo blijkt uit zijn strafblad.
Aangetroffen geld in de woning van [verdachte]
3. In de woning waar [verdachte] verbleef werd op 20 november 2018 in totaal € 97.250,- aangetroffen, net als een vuurwerklijst met daarop geldbedragen (naar alle waarschijnlijkheid een bestellijst). Het geld is in beslag genomen. Van in totaal € 47.000,- van het aangetroffen geld bleek dat dit niet aan [verdachte] toebehoorde. Van het overige contante geld (€ 50.250,-) kan volgens de officier van justitie worden vastgesteld dat dit aan [verdachte] toebehoort.
4. [verdachte] is op 2 juli 2020 als verdachte gehoord. Hij verklaarde tijdens dit verhoor dat hij sinds 2010 alleen een UWV-uitkering heeft ontvangen (á € 930,- netto per maand) en dat hij wel eens auto’s heeft gekocht in Duitsland om deze vervolgens in Nederland te verkopen. In zevenenhalf jaar zou hij daarmee € 30.000,- aan omzet hebben behaald. [verdachte] verklaart dat het klopt dat hij in Muni Berka is geweest, maar dat hij niets te maken heeft met de handel in vuurwerk. Hij zou wel eens meegereden zijn met iemand om te helpen met het vervoeren van goederen, maar deze goederen zaten dan in folie. De stelling van [verdachte] dat hij niet wist wat er onder het folie zat, acht de rechtbank in het licht van de onderzoeksbevindingen ongeloofwaardig.
5. Van [verdachte] is geen (legaal) inkomen bekend dat het aanwezig hebben van € 50.250,- aan contant geld kan verklaren. Mede gezien de omstandigheid dat een bestellijst met vuurwerk is aangetroffen in de woning waarin het contante geld is aangetroffen, brengt dit de rechtbank tot het oordeel dat het geld geheel of grotendeels uit de baten van voornoemd strafbaar feit is verkregen. Dat maakt dat het geld vatbaar is voor verbeurdverklaring.
6. Uit onderzoek door het Openbaar Ministerie zijn als wettelijke erfgenamen bekend geworden: