Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Gliwice, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Tussenuitspraak 28 augustus 2024
4.De weigeringsgrond van artikel 11 OLW Pro
remand regimein Polen terechtkomen. Dit oordeel dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden.
remand regimewaar hij zal worden gedetineerd. Na de eventuele vaststelling van een individueel gevaar, moet onderzocht worden of de mogelijkheid bestaat dat bij wijziging van de omstandigheden het reële gevaar van schending van de grondrechten van deze opgeëiste persoon alsnog kan worden uitgesloten. [4]
the Circuit Prosecutor’s officein Gliwice deze vragen als volgt beantwoord:
remand prisonshoofdzakelijk is gebaseerd op de informatie in het CPT rapport van 22 februari 2024, inhoudende dat voorlopig gehechten in de situatie waarin de opgeëiste persoon terecht zal komen, te weten in een meerpersoonscel met niet meer dan tussen de 3 en 4 m2 levensruimte (exclusief sanitair), gemiddeld genomen maar liefst 23 uur per dag moeten doorbrengen in hun cel.
zalverblijven, nu deelname aan de activiteiten, blijkens de informatie, op vrijwillige basis geschiedt. Van belang is echter om duidelijkheid te verkrijgen over hoeveel uren de opgeëiste persoon, indien hij dat wil, (al dan niet door deelname aan activiteiten) minimaal buiten zijn cel zal
kunnen/mogenverblijven. Met de mededeling over het tijdsbestek waarbinnen de activiteiten in het Huis van Bewaring in Gliwice worden georganiseerd is, is die duidelijkheid niet verschaft. Uit de verdere informatie kan immers worden afgeleid dat de vraag of de opgeëiste persoon uiteindelijk ook aan de activiteiten
zal mogendeelnemen, afhankelijk is van het dagelijkse rooster dat intern wordt bepaald door het Huis van Bewaring in Gliwice. Afgezet tegen de informatie uit het CPT rapport van 22 februari 2024 dat voorlopig gehechten, die dus doorgaans niet meer dan tussen de 3 en 4 m2 levensruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel hebben, gemiddeld genomen 23 uur per dag doorbrengen in hun cel, biedt de laatste vrijblijvende informatie onvoldoende zekerheid en ziet de rechtbank ook onvoldoende mogelijkheden om de verstrekte informatie welwillend uit te leggen.
garanderendat de opgeëiste persoon in de gelegenheid zal worden gesteld om, indien hij dat wil, minimaal een bepaald aantal uren buiten zijn cel (bijvoorbeeld door deelname aan activiteiten) te verblijven.
5.Beslissing
SCHORSThet onderzoek en bepaalt dat de zaak opnieuw moet worden ingepland op een zitting op
1 december 2024 of uiterlijk 10 dagen daarna, teneinde de officier van justitie de hiervoor onder punt 4 opgenomen vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit;