ECLI:NL:RBAMS:2024:7657

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 juli 2024
Publicatiedatum
10 december 2024
Zaaknummer
C/13/745443 / HA ZA 24-81
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 Brussel I-bis VerordeningArt. 3 Rome I-VerordeningArt. 22a lid 3 RvArt. 29a lid 3 RvVerordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I-bis-Verordening)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens beëindiging overeenkomst met wekelijkse verplichtingen

In deze internationale civiele zaak stond centraal de uitleg van een tussen Flexport en Teufel gesloten overeenkomst over het wekelijks vervoeren van containers van China naar Duitsland. Flexport stelde dat de overeenkomst een looptijd van twee jaar had, terwijl Teufel betoogde dat het een overeenkomst voor onbepaalde tijd was met een opzegtermijn van 30 dagen. De rechtbank stelde vast dat partijen in de Master Service Agreement (MSA) een forum- en rechtskeuze voor Nederland hadden gemaakt, waardoor Nederlands recht van toepassing was.

De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst volgens artikel 1 van Pro de MSA voor onbepaalde tijd was gesloten en dat opzegging mogelijk was met een opzegtermijn van 30 dagen zoals bepaald in artikel 2. Van belang was dat de verplichtingen van wekelijkse containervervoer alleen ontstonden zolang de overeenkomst liep. Door de opzegging vervielen de wederzijdse verplichtingen voor de toekomst, waaronder de verplichting om containers aan te bieden en de betaling van dead freight bij niet-aanbieding.

Daarmee was het door Flexport gefactureerde bedrag na opzegging niet verschuldigd en werd ook de subsidiaire vordering afgewezen. De rechtbank veroordeelde Flexport tot betaling van de proceskosten van €17.411,00. De vorderingen van Flexport werden volledig afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Flexport af en veroordeelt hen in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/745443 / HA ZA 24-81
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 16 juli 2024
in de zaak van
1. de vennootschap naar Amerikaans recht
FLEXPORT INTERNATIONAL LLC.,
gevestigd te San Francisco (Verenigde Staten van Amerika),
2. de vennootschap naar Duits recht
FLEXPORT INTERNATIONAL GMBH,
gevestigd te Hamburg (Duitsland),
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FLEXPORT INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisers,
advocaat: mrs. M. van Tuijl en L. Kirch,
tegen
de vennootschap naar Duits recht
LAUTSPRECHER TEUFEL GMBH,
gevestigd te Berlijn (Duitsland),
gedaagde,
advocaat: mr. M. Verhagen.
Eisers worden hierna gezamenlijk Flexport genoemd en gedaagde wordt hierna Teufel genoemd.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank, ingevolge het vonnis van 10 april 2024.
Aanwezig zijn mr. R.H.C. Jongeneel, rechter, en mr. J.D. Tameris, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
- mevrouw [naam 1] , counsel van Flexport,
- mevrouw [naam 2] , jurist van Flexport,
- de heer [naam 3] , Senior Client Solutions Associate van Flexport,
- mr. Van Tuijl, voornoemd,
- mr. Kirch, voornoemd,
- mevrouw J. Grutzbauch, gerechtstolk in de Duitse taal,
- de heer [naam 4] , jurist van Teufel,
- mr. Verhagen, voornoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 oktober 2023,
- de akte overlegging producties van Flexport, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 10 april 2024 waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
- de op 5 juli 2024 binnengekomen akte houdende producties tevens vermindering van eis tevens (eerst en vooraf te behandelen) verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex art. 22a lid 3 Rv van Flexport,
- de op 11 juli 2024 verzonden e-mail van de griffier aan partijen.
1.2.
In deze zaak heeft vandaag een mondelinge behandeling plaatsgevonden. In aanvulling op wat partijen in de processtukken hebben verklaard, hebben zij tijdens de mondelinge behandeling hun standpunten nader toegelicht. Daarvan is een afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. Mrs. Kirch en Verhagen hebben spreekaantekeningen overgelegd en deze voorgedragen. De voorgedragen spreekaantekeningen behoren tot het dossier.
1.3.
De behandeling van de zaak is gesloten en vervolgens is mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is – op grond van artikel 29a lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering – dit proces-verbaal opgemaakt.
1.4.
De rechter doet de volgende uitspraak.

2.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.1.
Dit is een internationale zaak, omdat Flexport in de Verenigde Staten van Amerika, Duitsland en Nederland is gevestigd en Teufel in Duitsland. De rechtbank moet daarom eerst ambtshalve haar internationale bevoegdheid (rechtsmacht) en het toepasselijk recht vaststellen.
2.2.
Niet in geschil is dat partijen in artikel 14 van Pro de Master Service Agreement (hierna: MSA) een uitdrukkelijke forumkeuze hebben gemaakt voor de Nederlandse rechter in de zin van artikel 25 van Pro de Brussel I-bis Verordening. [1] Dit betekent dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van dit geschil.
2.3.
Ook is niet in geschil dat partijen in artikel van de MSA een rechtskeuze hebben gemaakt voor Nederlands recht. De rechtbank vat dit op als een rechtskeuze voor Nederlands recht in de zin van artikel 3 van Pro de Rome I-Verordening. [2]
Waar deze zaak over gaat
2.4.
Het gaat in deze zaak om een overeenkomst die in mei 2022 is gesloten met betrekking tot het wekelijks vervoeren van een aantal containers van China naar Duitsland. De vraag die in deze zaak centraal staat, is de vraag of dit een overeenkomst is met looptijd van 2 jaar, zoals Flexport in wezen stelt, of een overeenkomst voor onbepaalde tijd, opzegbaar met een opzegtermijn van 30 dagen, waarbij het tarief voor twee jaar gold, zoals Teufel stelt. Daarvan is afhankelijk wat de gevolgen zijn van de opzegging die in december 2022 tegen 31 januari 2023 heeft plaatsgevonden.
2.5.
Voor beantwoording van die vraag is de tussen partijen gesloten schriftelijke overeenkomst doorslaggevend. De overeenkomst bestaat uit twee delen, te weten de MSA en de daarbij behorende Appendix A, genoemd Ocean BSA Rate Sheet. Artikel 1 van Pro de MSA is duidelijk. Deze bepaling bepaalt dat de overeenkomst voor onbepaalde tijd is gesloten, tenzij deze wordt opgezegd volgens de bepalingen van artikel 2 van Pro de MSA. En artikel 2 van Pro de MSA bepaalt dat de overeenkomst kan worden opgezegd voor
conveniencemet een opzegtermijn van 30 dagen. Flexport beroept zich erop dat in artikel 2 van Pro de MSA ook is bepaald dat:
“(…) Termination of this Agreement shall not affect any rights or obligations of the parties that accrued prior to the effective date of termination.”
De vraag is hoe deze bepaling moet worden uitgelegd. Daarbij is van belang dat het hier gaat om het wekelijks vervoeren van containers en dus een verplichting die voor beide partijen wekelijks ontstaat. Elke week diende Teufel containers aan te leveren voor transport en als zij dat niet deed, diende zij toch voor de transport te betalen op grond van de
dead freight-regeling. Flexport moest ervoor zorgen dat de containers daadwerkelijk vervoerd werden. Dat zijn wekelijks ontstane verplichtingen, en dat betekent dat die verplichtingen alleen wekelijks ontstaan zo lang de overeenkomst loopt. Dat betekent ook dat die verplichtingen niet meer ontstaan als de overeenkomst is opgezegd.
2.6.
Kortom, door de opzegging vervielen de wederzijdse verplichtingen voor de toekomst. De verplichting 20 20 containers ter vervoer aan te bieden verviel en ook, wanneer de containers niet werden aangeboden, de verplichting om op grond van de
dead freight-regeling alsnog voor transport te betalen. Dat betekent dat het gefactureerde bedrag voor
dead freight, zoals Flexport die aan Teufel heeft gefactureerd, niet verschuldigd is. Dat betekent overigens ook dat de rechtbank niet aan de subsidiaire vordering toekomt, want ook die is gebaseerd op de veronderstelling dat er na opzegging van de overeenkomst een verplichting resteert om op grond van de
dead freight-regeling alsnog voor transport te betalen. Dat betekent dat ook bij de beslissing op de gevorderde voorlopige voorziening geen belang bestaat. De vorderingen van Flexport worden afgewezen.
2.7.
Flexport is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Teufel worden begroot op:
- griffierecht € 8.519,00
- salaris advocaat € 8.714,00 (2 punten x tarief VIII: € 4.357,00)
- nakosten
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 17.411,00

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
wijst de vorderingen van Flexport af,
3.2.
veroordeelt Flexport in de proceskosten van € 17.411,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Flexport niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de rechter en de griffier is vastgesteld. Mr. R.H.C. Jongeneel is buiten staat dit proces-verbaal mede te ondertekenen. Het proces-verbaal wordt daarom ondertekend door mr. P. Vrugt, rechter en teamvoorzitter team Handel en de griffier.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis-Verordening).
2.Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I-Verordening).