Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.107,00
Rechtbank Amsterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres dat de stichting haar tienjarige kind zonder beperkingen en voorwaarden weer toelaat tot de school, zoals vóór 24 november 2023 het geval was. De stichting voert verweer, maar heeft geen gedegen onderzoek gedaan naar het incident dat tot de schoolweigering heeft geleid, waardoor onduidelijk blijft wat precies is gebeurd en welke rol het kind daarin had.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de formele verweren van de stichting niet slagen en dat de gevorderde toelating gerechtvaardigd is. De stichting wordt veroordeeld om het kind per 26 februari 2024 toe te laten tot de school zonder beperkingen. Daarnaast wordt een dwangsom van €200 per dag opgelegd, met een maximum van €20.000, voor het geval de stichting niet aan deze veroordeling voldoet.
De stichting wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiseres, begroot op €1.194. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan op 13 februari 2024 door voorzieningenrechter E.A. Messer.
Uitkomst: De stichting wordt veroordeeld om het kind zonder beperkingen toe te laten tot de school per 26 februari 2024 met een dwangsom bij niet-naleving.