Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] B.V.,
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
4.
[eiser 4],
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil over de vraag of tussen eiser [eiser 1] en gedaagde een koopovereenkomst is gesloten voor certificaten van aandelen in [eiser 1]. De rechtbank stelt vast dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan tegen een prijs van €400.000, ondanks dat gedaagde later een hoger bedrag van €550.000 noemde.
De rechtbank verwerpt het verweer van gedaagde dat geen overeenkomst tot stand is gekomen, omdat dit verweer betrekking heeft op een ander, later aanbod dat niet is aanvaard. Tevens oordeelt de rechtbank dat gedaagde zich niet kan beroepen op interne statutaire bepalingen van de STAK, omdat deze niet relevant zijn voor de externe rechtsverhouding tussen gedaagde en [eiser 1].
De rechtbank veroordeelt gedaagde om binnen twee weken mee te werken aan alle noodzakelijke rechtshandelingen voor nakoming van de overeenkomst, waarbij [eiser 1] bereid is €550.000 te betalen. Daarnaast wordt een dwangsom afgewezen, maar wordt indeplaatsstelling toegewezen zodat nakoming kan worden afgedwongen. Ook wordt een verklaring voor recht gegeven dat gedaagde aansprakelijk is voor schade door tekortkoming, en wordt de proceskostenverdeling gecompenseerd vanwege familierelaties.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan nakoming van de koopovereenkomst voor certificaten tegen betaling van €550.000, met indeplaatsstelling en aansprakelijkheid voor schade.