Op 13 augustus 2024 pleegde verdachte een diefstal met geweld in een Albert Heijn te Amsterdam, waarbij zij een fles De Kuyper en twee blikjes Bacardi pre-mix stal en de winkelmedewerker in het gezicht sloeg om vlucht te kunnen maken. Verdachte bekende de feiten, maar werd partieel vrijgesproken van het schoppen en krabben van de medewerker wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank nam kennis van het strafblad van verdachte, waaruit bleek dat zij meerdere keren was veroordeeld voor soortgelijke feiten. De reclassering en een deskundige van GGZ Inforsa rapporteerden dat het delictgedrag samenhangt met psychische en verslavingsproblematiek, waarbij sprake is van onmacht en periodieke ontoerekenbaarheid. Er is een reëel recidiverisico en behoefte aan een beschermend kader.
De officier van justitie vorderde de ISD-maatregel voor twee jaar zonder aftrek van voorarrest, wat de rechtbank volgde. De rechtbank oordeelde dat verdachte voldoet aan de harde en zachte criteria voor de ISD-maatregel en dat deze noodzakelijk is om recidive te voorkomen en passende zorg te bieden. De maatregel wordt opgelegd met de mogelijkheid tot opheffing zodra opname in een forensisch psychiatrische kliniek mogelijk is.