Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:7845

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 december 2024
Publicatiedatum
16 december 2024
Zaaknummer
13/306550-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 Wetboek van StrafrechtArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel en ontucht

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Hongaarse autoriteiten voor de overlevering van een persoon geboren in 1994 zonder vast verblijfadres in Nederland. De opgeëiste persoon was niet verschenen tijdens de zittingen, maar de rechtbank stelde vast dat de oproeping rechtsgeldig was en besloot de zaak in afwezigheid te behandelen.

De identiteit van de opgeëiste persoon werd ambtshalve vastgesteld aan de hand van dactyloscopisch onderzoek, waarbij vingerafdrukken van de opgeëiste persoon in Nederland overeenkwamen met die van de door Hongarije gezochte persoon. De rechtbank concludeerde dat de stukken voldoende waren om de identiteit vast te stellen.

Het EAB betrof strafbare feiten waaronder illegale handel in verdovende middelen, racketeering, afpersing en ontucht met een minderjarige. Voor de drugshandel en afpersing gold een lijstfeit waardoor dubbele strafbaarheid niet getoetst hoefde te worden. Voor het ontuchtfeit werd de dubbele strafbaarheid wel getoetst en vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat geen weigeringsgronden aanwezig waren en stond de overlevering toe.

De uitspraak werd gedaan door drie rechters en is onherroepelijk. De opgeëiste persoon zal worden overgeleverd aan de Hongaarse autoriteiten voor de uitvoering van de opgelegde vrijheidsstraffen.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe voor de uitvoering van opgelegde vrijheidsstraffen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/306550-23
Datum uitspraak: 10 december 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 20 september 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 juni 2023 door de
Zalaegerszeg Regional Court, Hongarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1994
zonder BRP-adres in Nederland
laatst opgegeven verblijfplaats [verblijfplaats]
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 12 november 2024
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen.
Als raadsman van de opgeëiste persoon is ter zitting verschenen mr. R.J. Balkenende, advocaat te Zoetermeer, die verklaart waar te nemen voor mr. S.M. Hoogenraad en dat hij niet gemachtigd is om de opgeëiste persoon ter zitting te verdedigen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de oproeping niet rechtsgeldig aan de opgeëiste persoon is betekend, derhalve is het onderzoek geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen alsnog de opgeëiste persoon op te roepen.
Zitting van 26 november 2024
Ter zitting is verschenen mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie, en mr. K. Zech, advocaat te Zoetermeer, die heeft verklaard waar te nemen voor mr. R.J. Balkenende. De opgeëiste persoon is niet ter zitting verschenen en de raadsvrouw heeft verklaard niet gemachtigd te zijn om namens de opgeëiste persoon de verdediging te voeren.
De rechtbank heeft, anders dan de raadsvrouw en de officier van justitie, ter zitting geoordeeld dat de oproeping dit keer rechtsgeldig is geschied en dat derhalve de zaak in afwezigheid van de opgeëiste persoon kan worden behandeld. De behandeling van het EAB is met toestemming van de officier van justitie in gewijzigde samenstelling hervat.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met terugwerkende kracht met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft ambtshalve de identiteit onderzocht van de op bevel van de officier van justitie aangehouden persoon. Gezien het dactyloscopisch onderzoek dat na de aanhouding is verricht op bevel van de officier van justitie en de toelichting die de officier van justitie ter zitting heeft gegeven, constateert de rechtbank dat de door de politie aangehouden persoon één en dezelfde persoon betreft als de door de Hongaarse autoriteiten opgeëiste persoon. Voorts heeft de rechtbank onderzocht dat bovenvermelde persoonsgegevens van de opgeëiste persoon juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Hongaarse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een:
- een vonnis met kenmerk 6.B.31/2020/43 van
the Zalaegerszeg District Courtvan 21 april 2021, definitief geworden bij vonnis met kenmerk Bf.134/2021/5 van
the Zalaegerszeg Regional Court as court of second instancevan 6 juli 2021.
- de rechtbank heeft tegelijkertijd bij bovengenoemde vonnis de vrijlating van de opgeëiste persoon op proef beëindigd die was toegestaan bij vonnis met kenmerk 5.Fk.121/2014/25 van
the Zalaegerszeg District Courtvan 4 november 2014 definitief geworden bij vonnis met kenmerk No. Fkf.11/20125/3 van
the Zalaegerszeg Regional Court as court of second instancevan 17 april 2015.
Het EAB en de aanvullende informatie van 21 oktober 2024 en 29 oktober 2024 vermelden dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de procedures in hoger beroep die tot de beslissingen bij bovengenoemde vonnissen van 6 juli 2021 en 17 april 2015 hebben geleid.
De overlevering wordt respectievelijk verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf voor de duur van 3 jaar (
waarvan nog 2 jaar en 4 maanden en 10 dagen resteren) en voor de duur van 2 jaar en 6 maanden (
waarvan nog 6 maanden resteren), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.
De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.
De vonnissen betreffen de vonnissen zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Genoegzaamheid van de stukken

Standpunt van de officier van justitie
Op basis van de overeenkomst van de door de Hongaarse autoriteiten verstrekte vingerafdrukken met die van de in Nederland afgenomen vingerafdrukken van de opgeëiste persoon, kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon de door de Hongaarse autoriteiten verzochte persoon betreft. De overlevering kan dan ook worden toegestaan.
Oordeel van de rechtbank
De opgeëiste persoon heeft gedurende de voorgeleiding bij de officier van justitie verklaard dat zijn naam [naam] betreft en dat de persoon die door de uitvaardigende justitiële autoriteit wordt gezocht zijn tweelingbroer [opgeëiste persoon] is. De advocaat van de opgeëiste persoon heeft tijdens de voorgeleiding aangevoerd dat de stukken van het EAB ongenoegzaam zijn omdat niet duidelijk is welke vingerafdrukken met elkaar zijn vergeleken.
De rechtbank is van oordeel dat de door de Hongaarse autoriteiten verzochte persoon de opgeëiste persoon betreft en overweegt hiertoe als volgt.
Uit het Rapport Dactyloscopisch identiteitsonderzoek van 13 september 2024 blijkt dat de vingerafdrukken uit het bestand
Vingers.nist 20231120zijn vergeleken met die van
[naam] , geboren op [geboortedag] /1994 te [plaats] , Hongarije, opgenomen door de politie Rotterdam op 20/09/2023, geregistreerd in HAVANK onder biometrienummer [nummer 1] en incidentnummer [incidentnummer] en SKN [SKN] .
Het resultaat van het dactyloscopisch onderzoek is dat voornoemde vingerafdrukken van één en dezelfde persoon afkomstig zijn.
Voorts heeft de officier van justitie ter zitting heeft verklaard dat het bestand
Vingers.nist 20231120met vingerafdrukken van de opgeëiste persoon afkomstig is van bureau SIRENE en dat deze vingerafdrukken door de Hongaarse autoriteiten voor deze zaak zijn aangeleverd. Dit wordt onderbouwd met het op 13 juli 2023 gegenereerde document:
SIRENE – ontvangen A-formulier,waarin staat vermeld dat de dactyloscopische gegevens zijn toegevoegd aan de signalering van [opgeëiste persoon] met SchengenID: [nummer 2] . Ten slotte staat in de ID-staat van 12 september 2024 op pagina 3 vermeld dat is vastgesteld dat de persoon met Schengen identificatie [nummer 2] de persoon met de naam [opgeëiste persoon] betreft.

5.Strafbaarheid

5.1
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst in het EAB, in samenhang gelezen met onderdeel 247 van het A-formulier van SIRENE, de feiten van vonnis No. 6.B.31/2020/43 en feit 1 van vonnis 5.Fk.121/2014/25 aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland op de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
- illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
- racketeering en afpersing.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van die feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5.2
Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft feit 2 van vonnis 5.Fk.121/2014/25 niet omschreven als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 245 Wetboek Pro van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
Zalaegerszeg Regional Court.
voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,
mrs. J.B. Oreel en M. Westerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 december 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.