Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
Eisers 1 t/m 96
de besloten vennootschap Change= Vastgoed Beheer B.V.
VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE
[naam 1] en mr. W.O. Dijkstra , bijgestaan door mr. M.P.C. Radovic, kantoorgenoot van haar gemachtigde. Ook was aanwezig mr. C.M. Boks, zelfstandig gemachtigde aan de zijde van Change=. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, Change= mede aan de hand van pleitaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
“In dit geval zou toepassing van de verplichte termijn van drie weken om onderling overleg te voeren, ertoe leiden dat de wettelijke indieningstermijn voor een verzoekschrift zou verstrijken. De commissie acht dit een onbillijkheid van overwegende aard. Dit houdt in dat het verzoek, ondanks dat de overlegtermijn van drie weken niet in acht is genomen, in behandeling genomen had moeten worden.”De Huurcommissie heeft vervolgens het oorspronkelijke verzoek van PEC beoordeeld en dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard, omdat het verzoek niet als collectief, maar als afzonderlijk verzoek moet worden opgevat, en daarbij onvoldoende bepaald kan worden wie de wederpartij van PEC is.
21 juni 2021 (zie tussenvonnis 1.7 en 1.8). Het betreft hetzelfde complex als het complex dat in deze procedure aan de orde is, maar 250 andere (ex-)huurders. In het arrest heeft het Hof geoordeeld dat het beroep op verrekening van Change= niet opgaat op grond van, kort gezegd, het bepaalde in artikel 6:136 BW Pro. Voor zover de door de kantonrechter uitgesproken nietigheid door Change= werd aangevochten, heeft het Hof geoordeeld dat ook dat verweer niet opgaat. Het Hof heeft het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
De vorderingen in conventie en in reconventie
De beoordeling
onredelijkvoordeel heeft opgeleverd nu zij de diensten daadwerkelijk geleverd heeft tegen een marktconforme, of zelfs lager dan marktconforme, prijs, gaat niet op. Daarmee gaat Change= er namelijk aan voorbij dat het beding reeds om andere redenen een onredelijk voordeel oplevert. Enerzijds is dat het verplichte karakter van de dienstenovereenkomst, en dus de koppelverkoop van deze diensten: de dienstenovereenkomst kan niet zonder de huurovereenkomst bestaan en vice versa. Maar bovenal wordt door deze constructie, waarbij bijkomende diensten in de dienstenovereenkomst worden ondergebracht, huurders de mogelijkheid ontnomen om de hoogte van de bijkomende kosten te laten toetsen door de Huurcommissie op de voet van artikel 7:260 lid 1 BW Pro. De kantonrechter verwijst in dit verband ook naar ro. 4.5 van het onder 1.5 bedoelde arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Deze elementen maken al dat het beding – zowel aan Change= als aan de verhuurder – een onredelijk voordeel oplevert. In hoeverre dit Change= ook daadwerkelijk voordeel of winst in bedrijfseconomische zin heeft opgeleverd, is daarom niet relevant.
rechtsvorderingenen dus niet voor een beroep op verrekening bij wijze van verweer, zoals dat hier aan de orde is.
e-mail overeenstemming hadden over het (gaan) cederen van deze vordering, zoals ter zitting door Change= is betoogd, doet hier niet aan af, omdat daarmee nog niet voldaan was aan de formele vereisten van cessie als bedoeld in artikel 3:94 BW Pro. Dat aan die eisen inmiddels wel is voldaan, maakt dit evenmin anders, omdat een eis in reconventie dadelijk bij het antwoord moet worden ingesteld (artikel 137 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering).
BESLISSING
exploot € 258,28
salaris € 612,00
griffierecht € 86,00
-----------------
totaal € 956,28
voor zover van toepassing, inclusief btw,te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Change= niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij ook de wettelijke/Btag kosten van betekening betalen;