ECLI:NL:RBAMS:2024:797

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 januari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
C/13/745122 / HA RK 24-16
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeend gebrek aan hoor en wederhoor

Credit Care B.V. diende een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter M.L.S. Kalff naar aanleiding van een afwijzing van een verzoek tot uitstel van een mondelinge behandeling op 16 januari 2024. De gemachtigde van Credit Care B.V. had zich onttrokken aan de procedure en wilde dat een bestuurder in persoon aanwezig zou zijn, wat de rechter weigerde. Verzoekster stelde dat hierdoor het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en dat er geen vertrouwen meer was in een onpartijdig oordeel.

De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 Rv Pro een rechter alleen kan worden gewraakt bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid aantasten. Daarbij geldt een vermoeden van onpartijdigheid. De kamer verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin is bepaald dat een rechterlijke beslissing, zoals het afwijzen van een uitstelverzoek, geen grond kan vormen voor wraking. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel en de wrakingskamer toetst niet de juistheid van de beslissing.

De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek kennelijk ongegrond was en wees het af. Tevens werd overwogen dat een mondelinge behandeling achterwege kan blijven. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter M.L.S. Kalff is afgewezen wegens gebrek aan grond voor wraking.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het op 15 januari 2024 ingekomen en onder rekestnummer C/13/745122 / HA RK 24-16 ingeschreven verzoek van:
Credit Care B.V.,
verzoekster,
gemachtigde: [naam] , bestuurder van verzoekster,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. M.L.S. Kalff, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:
 het wrakingsverzoek van 15 januari 2024 en de brief van 15 januari 2024 van Nova Legal aan de rechter.
1.2.
De rechter heeft niet in de wraking berust.

2.De feiten en het verzoek

2.1.
Verzoekster is verwerende partij in de procedure met zaaknummer 10681311 CV EXPL 23-11968, waarin een mondelinge behandeling op 16 januari 2024 ten overstaan van de rechter is bepaald. De gemachtigde van verzoekster in die procedure heeft zich bij brief van 15 januari 2024 onttrokken en heeft de rechter verzocht de comparitie te verplaatsen zodat de heer [naam] daarbij in persoon aanwezig kon zijn, omdat hij op 16 januari 2024 verhinderd was. De rechter heeft dit verzoek afgewezen. Volgens verzoekster is hierdoor geen sprake van hoor en wederhoor en heeft zij geen vertrouwen meer in een onpartijdig oordeel van de rechter.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn
aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel.
3.3.
In zijn arrest van 25 september 2018 (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413) heeft de Hoge Raad overwogen dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing noch over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak.
Bij de beantwoording van de vraag of de motivering van een dergelijke (tussen)beslissing getuigt van vooringenomenheid, moet uitgangspunt zijn dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zich evenzeer ertegen verzet dat die motivering grond kan vormen voor wraking, ook indien het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten - bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen - niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven.
3.4.
Het bezwaar van verzoekster betreft een beslissing van de rechter om geen uitstel te verlenen. Een rechterlijke beslissing kan echter geen grond voor wraking opleveren zoals is beslist in het hierboven genoemde arrest. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
 wijst het verzoek tot wraking af.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 januari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.