ECLI:NL:RBAMS:2024:798
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. A.M. van der Linden-Kaajan, bestuursrechter te Amsterdam, in verband met een lopende bestuursrechtelijke beroepszaak. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was omdat zij de mondelinge behandeling had gepland voordat alle bewijsstukken van verweerder waren ingebracht en verzoeker niet de gelegenheid had gekregen om zijn beroepsgronden voorafgaand aan die behandeling in te dienen.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechterlijke beslissing tot het plannen van een mondelinge behandeling geen grond tot wraking vormt, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:1413). Ook de motivering van een tussenbeslissing kan slechts in uitzonderlijke gevallen aanleiding geven tot wraking, namelijk wanneer deze objectief niet anders kan worden uitgelegd dan als blijk van vooringenomenheid.
Omdat verzoeker geen gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid had aangevoerd en het wrakingsverzoek lichtvaardig was ingediend, werd het verzoek afgewezen. Tevens werd bepaald dat verdere wrakingsverzoeken in deze zaak niet meer in behandeling worden genomen wegens misbruik van recht. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter is afgewezen en verdere wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.