ECLI:NL:RBAMS:2024:799

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 februari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
C/13/746151 / HA RK 24-49
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 RvArt. 41 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verschoning rechter toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid

Bij de rechtbank Amsterdam is een verzoek tot verschoning ingediend tegen een rechter die was aangewezen voor een civiele zaak. Het verzoek is gebaseerd op de vrees dat de rechter niet onpartijdig zou kunnen zijn, omdat een procespartij of procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke kenniskring van de rechter.

De rechtbank beoordeelt het verzoek op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en concludeert dat de geobjectiveerde vrees voor partijdigheid gegrond is. De behandeling van het verzoek vond plaats zonder mondelinge behandeling, conform de wettelijke bepalingen.

De rechtbank wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter. Tevens wordt bepaald dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan de betrokken partijen en de rechter. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter is toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/746151 /HA RK 24/49 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. V. Zuiderbaan, kinderrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Bij de rechtbank te Amsterdam is onder kenmerk C/13/742987 / FA RK 23/8005 een zaak aanhangig die is toegewezen aan de rechter.

2.Het verzoek

2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de schijn van vooringenomenheid kan zijn ontstaan.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 36 Rv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, omdat een procespartij of procesdeelnemer onderdeel uitmaakt van de persoonlijke kenniskring van de rechter.
De rechtbank:
 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de hoofdzaak met zaaknummer C/13/742987 / FA RK 23/8005 wordt voortgezet voor een andere rechter;
 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 41, tweede lid Rv wordt toegezonden aan:
 de (advocaten van) bij de zaak betrokken partijen;
 de rechter.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden, op 6 februari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.