Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:820

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 januari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
13/204855-21 (2024)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens psychiatrische stoornis en verslavingsproblematiek

Betrokkene werd bij vonnis van 28 december 2021 onder voorwaarden ter beschikking gesteld vanwege een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis en verslavingsproblematiek. De officier van justitie verzocht om verlenging van deze maatregel met twee jaar.

De rechtbank nam kennis van adviezen van GGZ Reclassering Inforsa en psychiater I. Maksimović, waarin werd gesteld dat betrokkene zich in een klinische fase bevindt met een hoog risico op terugval in middelengebruik en psychotische ontregeling. Betrokkene heeft zich grotendeels goed gehouden aan de behandeling en leefregels, maar het risico op recidive blijft significant, vooral bij een eventuele terugval in middelengebruik.

Tijdens de openbare terechtzitting werden betrokkene, zijn raadsvrouw en een deskundige gehoord. De rechtbank concludeerde dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit verlengen van de terbeschikkingstelling met twee jaar noodzakelijk maakt. Betrokkene verzette zich niet tegen de verlenging.

De maatregel wordt verlengd met behoud van voorwaarden zoals opgenomen in het oorspronkelijke vonnis, met aandacht voor verdere behandeling, risicomanagement en uitstroommogelijkheden.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling van betrokkene wordt met twee jaar verlengd wegens psychiatrische problematiek en risico op terugval.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/204855-21
Beslissing op vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van
17 november 2023 (gewijzigd per 1 december 2023) in de zaak tegen:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
thans verblijvende te [FPK locatie] ,
die bij vonnis van deze rechtbank van 28 december 2021 onder voorwaarden ter beschikking gesteld werd.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met twee jaar.

De procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het op 3 november 2023 op grond van artikel 6:6:12, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering door GGZ reclassering Inforsa uitgebrachte advies, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar;
  • het op 17 augustus 2023 op grond van artikel 6:6:12, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies van de psychiater I. Maksimović, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar.
De rechtbank heeft op 4 januari 2024 de officier van justitie mr. J. Ang, de terbeschikkinggestelde en diens raadsvrouw mr. S. Petkovic, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, alsmede de deskundige mw. [getuige-deskundige] , verbonden aan GGZ Reclassering Inforsa, op de openbare terechtzitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Aan genoemd advies van GGZ reclassering Inforsa van 3 november 2023 wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:
Kernproblematiek
Bij betrokkene is sprake van een ongespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis, een stoornis in cannabisgebruik (in remissie in een gereguleerde omgeving) en een stoornis in het gebruik van stimulantium (in gedeeltelijke remissie in een gereguleerde omgeving).
Behandelverloop
Betrokkene verblijft sinds de start van de maatregel op 28 december 2021 in de FPK van Inforsa. Betrokkene voelde zich snel thuis op de afdeling. Hij heeft zich vanaf het begin begeleidbaar opgesteld en meegewerkt, ook de geboden therapieën. Ondanks enkele kleine incidenten, zoals een ruzie met een medepatiënt en een uitglijder in middelengebruik, kent zijn verblijf in de FPK over het algemeen een goed verloop. Betrokkene heeft inmiddels alle begeleide verlofstappen doorlopen en mag nu vier uur per dag op onbegeleid verlof. Ook mag hij sinds kort op bezoek bij zijn vriendin in haar woning en heeft hij één dagdeel per week dagbesteding bij [locatie] , buiten het terrein van de FPK. Deze dagbesteding zal zo mogelijk verder worden uitgebreid tot drie dagdelen per week. Ook zal betrokkene kunnen gaan sporten buiten de kliniek. In juli 2023 is betrokkene gestart met een online opleiding tot personal trainer/sport instructeur.
Op dit moment wordt door het behandelteam en de reclassering gekeken naar de uitstroommogelijkheden. Aanvankelijk was het plan om in te zetten op uitstroom via een HAT-woning. Dit zijn woonplekken op het terrein van de FPK, waarbij in de nabijheid van het behandelteam stapsgewijs wordt toegewerkt naar meer zelfstandigheid en meer bezigheden buiten de kliniek. Het lijkt er echter op dat het nog lange tijd kan duren voordat er een plek voor betrokkene beschikbaar is in een HAT-woning, waardoor er gezocht moet worden naar een alternatief plan.
De huidige vriendin van betrokkene heeft hij leren kennen via [organisatie] , waar zij allebei vrijwilligerswerk deden. Zij is slachtoffer van het indexdelict. Binnen de behandeling is aandacht voor de relatie en de vrijheden richting de vriendin van betrokkene, zoals bezoek zonder toezicht en op verlof naar haar woning, zijn heel rustig opgebouwd. Eerder hebben systeemgesprekken plaatsgevonden binnen de FPK.
Betrokkene heeft gedurende de tbs-maatregel psycho-educatie en cognitieve gedragstherapie gericht op middelengebruik gevolgd. Hij heeft nog steeds de wens om in de toekomst gecontroleerd amfetamine te kunnen gebruiken. In juni 2023 zou hij eenmalig een amfetamine-achtig middel hebben gebruikt. Betrokkene heeft dit zelf verteld.
Koers, risicotaxatie en advies
De komende tijd zal middelengebruik een punt van aandacht blijven binnen de behandeling en de gesprekken met de reclassering. De afgelopen twee jaar is binnen FPK Inforsa ingezet op het vergroten van ziektebesef en inzicht en het behandelen van zowel psychotische stoornis, als de stoornis in middelengebruik. Het feit dat betrokkene de psychoses als interessant ervaart en het middelengebruik soms mist, maakt het lastig om consensus te bereiken over de behandeldoelen. Betrokkene begrijpt waarom de behandelaren willen dat hij abstinent blijft en een psychotische ontregeling als risicovol zien. Desondanks blijft betrokken het lastig vinden om dit voorgoed vaarwel te zeggen. Sinds kort heeft betrokkene niet meer de wens om psychotisch te worden.
Binnen de structuur van de tbs-maatregel is op basis van de huidige omstandigheden de kans op recidive verminderd. Het risico op terugval in middelengebruik is echter zeer groot, zeker in een ambulante setting. De komende periode zal verder worden ingezet op het beperken van risico’s door middel van therapie en begeleiding binnen het kader van de tbs-maatregel met voorwaarden.
De komende tijd zal gewerkt worden aan het vergroten van het inzicht van betrokkene in zijn problematiek en het behandelen van de verslavingsproblematiek en psychotische stoornis, onder andere door het voortzetten van schematherapie. Daarnaast dient gezocht te worden naar een passende uitstroommogelijkheid, in de vorm van een HAT-woning, FPA of beschermd wonen.
De deskundige [getuige-deskundige] heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.
Aan genoemd advies van psychiater I. Maksimović van 17 augustus 2023 wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:
Het risico op gewelddadig gedrag in brede zin vloeit voort uit de psychotische kwetsbaarheid van betrokkene en zijn verslavingsproblematiek. Tijdens een psychotische decompensatie kan sprake zijn van paranoïde waanbelevingen en angsten die betrokkene zodanig kunnen ontregelen, dat hij kan komen tot gewelddadig gedrag. Tijdens een psychotische decompensatie is er sprake van een gebrekkige impulscontrole en een gebrekkige agressieregulatie. De risico’s zouden direct oplopen als betrokkene terug zou vallen in het gebruik van middelen: het gebruik van middelen leidt tot een psychotische decompensatie. Het risico is afhankelijk van het toestandsbeeld van betrokkene. Wanneer betrokkene psychosevrij is, abstinent en niet ontregeld, dan zijn de risico’s laag. Het lage recidiverisico hangt samen met de motivatie van betrokkene om de leefregels na te leven, die van belang zijn bij zijn problematiek: het innemen van de medicatie, abstinentie van middelen en het zich openstellen voor ondersteuning en hulpverlening. Als één of meerdere van deze factoren zou komen te vervallen, dan zouden de risico’s kunnen oplopen. Om de risico’s laag te houden is het nodig om het kader van tbs-maatregel met voorwaarden voort te zetten, omdat het traject zich nog steeds in de klinische fase bevindt. Bij het plotseling wegvallen van de huidige zorg en ondersteuning, zonder dat betrokkene stapsgewijs heeft kunnen uitstomen en laten zien dat hij in staat is om de stabiliteit te behouden in een minder gestructureerde en supportieve setting dan de huidige, komt men tot de inschatting van het risico op gewelddadig gedrag als hoog.
De belangrijke pijlers van het risicomanagement zijn: abstinentie van middelen, voortzetting
van medicatiegebruik, voortzetting van de ingezette behandeling, verstevigen van de copingvaardigheden van betrokkene, toewerken naar een adequate inbedding in de zorg en in de maatschappij, waarbij continuïteit van nazorg van groot belang is.
Gelet op het feit dat het traject zich nog steeds in een klinische fase bevindt, gelet op hardnekkigheid van de problematiek van betrokkene (getuige de voorgeschiedenis), gelet op het feit dat er tijd nodig is voor de behandeling en dat het nog niet uitgekristalliseerd is wat de vervolgstappen zullen zijn, wordt geadviseerd om de tbs-maatregel met voorwaarden met twee jaar te verlengen. Het nodige risicomanagement kan in dat kader het veiligst worden gewaarborgd.
De terbeschikkinggestelde en diens raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen toewijzing van de vordering van de officier van justitie tot verlening van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
De rechtbank is – gelet op de adviezen, het verhandelde ter zitting en de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht – van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden, zoals opgenomen in het vonnis van deze rechtbank van 28 december 2021, van
[betrokkene]met
twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. K. Duker, voorzitter,
mrs. A.M. Grüschke en P.B. Spaargaren, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. M.R. Baart en E. Willeboer, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 januari 2024.