Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De vordering en de grondslag daarvan
3.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 138.535,15. [naam verdachte] en medeveroordeelde [naam medeveroordeelde] hebben in de periode van 1 januari 2016 tot en met 18 mei 2019 beschikt over een onverklaarbaar vermogen van € 277.050,31. Het wederrechtelijk verkregen voordeel is dit bedrag gedeeld door twee.
ofdat misdrijf
ofandere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. In zo’n geval kan ook worden vermoed dat uitgaven die de betrokkene heeft gedaan in een periode van zes jaren voorafgaand aan het plegen van dat misdrijf, wederrechtelijk verkregen voordeel belichamen. Dit tenzij aannemelijk is dat deze uitgaven zijn gedaan uit een legale bron van inkomsten.
- Geldleningen Spaanse kredietinstellingen: € 12.000,00
- Geldopnames Nederlandse bankrekeningen: € 13.100,00
- Geldopnames Spaanse bankrekeningen: € 49.030,00
- Geldopnames met Spaanse creditcards: € 24.170,00
- Contante ontvangsten via moneytranfers: € 4.990,89
- Inkomen van Spaanse onderneming: € 21.600,00
- Verkoop inboedel: € 35.848,00
4.De verplichting tot betaling
5.Toepasselijke wettelijke voorschriften
6.Beslissing
€ 138.525,15(
honderdachtendertigduizend vijfhonderdvijfentwintig euro en vijftien cent).
[verdachte]de verplichting tot betaling van
drieënnegentigduizend negen euro en vijftien cent) aan de Staat.
1080 (duizendtachtig) dagen.