Uitspraak
Vonnis in kort geding van 16 februari 2024
H & L VASTGOED B.V.,
[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam] ,
De procedure
- de brief van 8 februari 2024 van mr. B.S. Witteveen
- de spreekaantekeningen van H & L Vastgoed.
De feiten
Het geschil
- [gedaagde] te veroordelen om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis het gehuurde gelegen aan de [adres] met al het zijne en de zijnen, met achterlating van wat aan H&L Vastgoed toebehoort, te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter algehele en vrije beschikking van H&L Vastgoed te stellen;
- [gedaagde] te veroordelen om een bedrag van € 15.690,35 te betalen, zijnde de achterstand aan huurbetalingen tot en met 31 december 2023 alsmede een bedrag van € 3.138,07 per maand met ingang van 1 januari 2024 zolang [gedaagde] het gehuurde niet zal hebben ontruimd alsmede een bedrag van € 6.900,00 aan verschenen boetes te vermeerderen met een boete van 2% per maand over het verschuldigde aan H&L Vastgoed met een minimum van € 300,00 per maand althans met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024 tot dat [gedaagde] volledig aan zijn betalingsverplichtingen zal hebben voldaan;
- [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan H&L Vastgoed van de door haar gemaakte gerechtelijke en juridische kosten ad € 6.000,00 waaronder de proceskosten en de nakosten met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de betekening van het vonnis tot de dag van algehele voldoening.
De beoordeling
alleproceskosten die H&L Vastgoed moet maken om [gedaagde] tot nakoming van de huurovereenkomst of tot ontruiming te dwingen, aan H&L Vastgoed moet voldoen. Dat betekent dat eventueel mitigeren van die kosten op grond van het liquidatietarief of anderszins, niet aan de orde is. Omdat [gedaagde] in het ongelijk wordt gesteld, moet hij die proceskosten (inclusief nakosten) betalen.