De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 december 2024 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kantongerecht Koblenz, Duitsland, gericht op de overlevering van een Belgische verdachte verdacht van medeplichtigheid aan ontploffing en diefstal met braak. De verdachte verscheen ter zitting en werd bijgestaan door een raadsman. De rechtbank verlengde de beslistermijn en beval gevangenhouding voor sluiting van het onderzoek.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de verdachte correct was en dat hij de Belgische nationaliteit bezit. Het EAB betrof feiten die strafbaar zijn in Duitsland en waarvoor dubbele strafbaarheid vereist is. De rechtbank concludeerde dat de feiten ook onder Nederlands recht strafbaar zijn, waaronder medeplichtigheid aan het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing met gemeen gevaar voor goederen en medeplichtigheid aan diefstal met braak gepleegd door meerdere personen.
Na toetsing aan de Overleveringswet en de toepasselijke wetsartikelen stelde de rechtbank vast dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet en dat er geen weigeringsgronden zijn. Daarom werd de overlevering van de verdachte aan Duitsland toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.