AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toestemming overlevering op basis van Europees aanhoudingsbevel wegens georganiseerde diefstal
De rechtbank Amsterdam heeft op 31 december 2024 uitspraak gedaan over een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Kassel in Duitsland. Het EAB betreft de aanhouding en overlevering van een persoon geboren in België in 1994, verdacht van georganiseerde of gewapende diefstal, een strafbaar feit dat in Nederland als lijstfeit is opgenomen onder bijlage 1 van de Overleveringswet (OLW).
Tijdens de zitting op 18 december 2024 was de opgeëiste persoon aanwezig en bijgestaan door zijn raadsman. De officier van justitie was eveneens aanwezig. De raadsman maakte geen opmerkingen over de toelaatbaarheid van het verzoek. De rechtbank constateerde dat de wettelijke beslistermijn voor het EAB was verstreken, wat betekent dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenneming, maar dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om te beslissen.
De rechtbank beoordeelde dat het EAB voldoet aan de vereisten van artikel 2 OLWPro en dat er geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Omdat het strafbare feit een lijstfeit betreft met een maximale straf van ten minste drie jaar, is een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege gelaten. De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan.
Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak is gedaan door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe wegens georganiseerde diefstal.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-268247-24
Datum uitspraak: 31 december 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 16 oktober 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 augustus 2024 door het Amtsgericht Kasselin de Bondsrepubliek Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (België) op [geboortedag] 1994,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1.Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 december 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.J. Lamers, advocaat in Utrecht.
De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt omtrent de toelaatbaarheid van de verzochte overlevering.
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. [2] Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenneming. [3]
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Belgische nationaliteit heeft.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een bevel tot voorlopige hechtenis van het Amtsgericht Kassel van 15 augustus 2023 met dossiernummer 1670 Js 23978/24 – 7 ER 40/24 (GStA) – 200 Gs 3990/24.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [4]
4.Strafbaarheid
Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW onder nummer 18 staat vermeld, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van de Bondsrepubliek Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5.Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLWPro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
6.Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5, en 7 OLW.
7.Beslissing
STAAT TOEde overlevering van [opgeëiste persoon]aan het Amtsgericht Kasselin de Bondsrepubliek Duitsland voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. M.C. Danel en A.L. op ‘t Hoog, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.M. Esschendal, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 31 december 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.