ECLI:NL:RBAMS:2024:8503

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 november 2024
Publicatiedatum
21 januari 2025
Zaaknummer
C/13/759425 / KG ZA 24-924
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 557a lid 3 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming van krakers van onroerende zaak na verstekverlening

Eiseressen, twee besloten vennootschappen, vorderden ontruiming van een onroerende zaak die door anonieme krakers werd bezet. Tijdens de mondelinge behandeling verschenen de krakers niet persoonlijk, hoewel hun advocaat wel aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat anonieme gedaagden hun identiteit moeten bekendmaken om verweer te voeren, en verleende daarom verstek.

De rechtbank nam mee dat de krakers op correcte wijze waren opgeroepen en op de hoogte waren van de procedure en de zitting. Het gevorderde werd niet onrechtmatig geacht en werd toegewezen. De krakers werden veroordeeld om binnen twee dagen na betekening het pand ontruimd en bezemschoon op te leveren, met een dwangsom van €10.000 per dag bij niet-naleving.

Daarnaast werden de krakers veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. De ontruiming kan ook worden uitgevoerd tegen iedereen die zich binnen een jaar na het vonnis in het pand bevindt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Verstek verleend en krakers veroordeeld tot ontruiming van het pand met dwangsom en proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
Zaaknummer en rolnummer: C/13/759425 / KG ZA 24-924 MDvH/EK
Vonnis in kort geding van 26 november 2024
in de zaak van
de besloten vennootschappen
1.
MILEWAY LOONIE NL PROPCO II B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2.
TMA WAREHOUSING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseressen bij dagvaarding van 15 november 2024,
advocaat: mr. S.A.C.A. van Vloten te Zwolle,
tegen
HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK, OF EEN GEDEELTE DAARVAN, AAN DE [adres],
gedaagden,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Op de zitting van 25 november 2024 hebben eiseressen de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding toegelicht. Mr. E. Tamas heeft namens gedaagden van tevoren stukken in het geding gebracht en heeft tijdens de mondelinge behandeling het woord gevoerd. Ook eiseressen hebben producties in het geding gebracht.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
aan de zijde van eiseressen: [naam 1] , bestuurder van Mileway (eiseres onder 1), [naam 2] , QHSE-manager en werknemer bij TMA (eiseres onder 2), met mr. Van Vloten;
aan de zijde van gedaagden: mr. Tamas.
Na verder debat is vonnis bepaald op 26 november 2024.

2.De beoordeling

2.1.
Tijdens de mondeling behandeling is mr. Tamas verschenen namens gedaagden, maar geen van gedaagden, wier namen onbekend zijn gebleven, is zelf verschenen. Mr. Van Vloten heeft daarom betoogd dat tegen gedaagden verstek moet worden verleend omdat gedaagden anoniem zijn gebleven en dat voor hen een advocaat optreedt dat niet anders maakt.
2.2.
Een redelijke wetstoepassing brengt met zich dat anoniem gedagvaarde personen hun identiteit bekend zullen moeten maken om in rechte te kunnen verschijnen en verweer te voeren. Dit wordt niet anders wanneer voor de anonieme gedaagden een advocaat optreedt. Het toestaan van anoniem verschijnen ter zitting zou de eisende partij kunnen beperken in zijn mogelijkheid inhoudelijk te reageren op het verweer van de anonieme gedaagden. Bovendien heeft de eisende partij dan niet de mogelijkheid om de proceskosten op de verschenen gedaagden te verhalen. Dit zou in strijd zijn met de regels van een goede procesorde. [1] Dit betekent dat gedaagden geacht moeten worden niet te zijn verschenen. Tegen gedaagden wordt daarom verstek verleend.
2.3.
Hierbij is in aanmerking genomen dat gedaagden op de juiste manier zijn opgeroepen en de overige formaliteiten en termijnen in acht zijn genomen. Hoewel gedaagden zijn gedagvaard op het adres [adres] en er discussie bestaat of de gedaagden verblijven op [adres] huisnummer [nummer 1] of [nummer 2] , is voldoende duidelijk dat het in ieder geval gaat om ‘ [locatie] , op welke adres gedaagden ook zijn gedagvaard. Verder hebben zowel eiseressen als gedaagden foto’s en filmpjes in het geding gebracht waarop ‘ [locatie] duidelijk is te zien:
Bovendien heeft [naam 2] op de zitting toegelicht dat hij voorafgaand aan de zitting op de locatie is langs gegaan en hij gedaagden heeft gevraagd of zij nog lang zullen blijven, in reactie waarop gedaagden tegen hem hebben gezegd dat niet te weten omdat er die middag een rechtszaak was. Dit alles bij elkaar maakt dat gedaagden dus op de hoogte waren van de vorderingen en van plaats en tijdstip van de mondelinge behandeling.
2.4.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen op de wijze zoals hierna en in de beslissing is vermeld.
2.5.
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De proceskosten van eiseressen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
112,37
- griffierecht
688,00
- salaris advocaat
715,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.693,37
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden,
3.2.
veroordeelt gedaagden om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de onroerende zaken en aanhorigheden aan de [adres] , kadastraal bekend [plaats] sectie K3070, te ontruimen en ontruimd te houden met alle daarin aanwezige personen, met medeneming van alle zich daar bevindende zaken, tenzij deze zaken van eiseressen zijn, en die onroerende zaken en aanhorigheden bezemschoon en in goede staat, met achterlating van hetgeen aard- en nagelvast zit en onder afgifte van de sleutels ter algehele en vrije beschikking van eiseressen te stellen,
3.3.
bepaalt dat deze veroordeling tot ontruiming op grond van artikel 557a lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering binnen de termijn van één jaar na heden ook zal kunnen worden ten uitvoer gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de onroerende zaak, bedoeld in 3.2, bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,
3.4.
veroordeelt gedaagden om aan eisers een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 3.2 uitgesproken veroordeling voldoen, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
3.5.
veroordeelt gedaagden, indien zij niet vrijwillig aan de hiervoor onder 3.2 gegeven veroordeling tot ontruiming voldoen en eiseressen de ontruiming met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder zelf bewerkstelligen, aan eiseressen de kosten van de ontruiming te voldoen op vertoning van en conform de specificatie van die kosten in het proces-verbaal van ontruiming en voor zover van toepassing de gerelateerde nota van de deurwaarder of ontruimingsploeg,
3.6.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten van € 1.693,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis wordt betekend,
3.7.
veroordeelt gedaagden tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen twee dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024.

Voetnoten

1.Gerechtshof Amsterdam 08-07-1993, ECLI:NL:GHAMS:1993:AH4243, KG 1993, 292 en Rechtbank Rotterdam 26 mei 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI4869