Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Amsterdam
New10 B.V. vordert betaling van een uitstaande lening van €175.864,52 plus rente van [gedaagde 1], en betaling van €62.500 borgtocht plus rente van [gedaagde 2]. De leningsovereenkomst werd gesloten op 25 januari 2022 met een looptijd van 60 maanden en maandelijkse aflossingen. Na betalingsachterstanden en een gedeeltelijke aflossing in augustus 2023, stopte verdere betaling.
New10 stelde [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in gebreke en legde conservatoir beslag op onroerende zaken van [gedaagde 2]. De gedaagden betwistten de hoogte van de vordering en de beslagkosten, stellende dat de rente onjuist was berekend en het beslag onnodig was vanwege reeds bestaande hypothecaire inschrijvingen.
De rechtbank oordeelt dat de aangepaste hoofdsom van €175.864,52 correct is en dat de rente vanaf 10 augustus 2023 tot 1 januari 2024 de wettelijke rente betreft en daarna de contractuele rente van 6,81%. Het beslag was rechtmatig ondanks eerdere beslagen. De beslagkosten van €3.022,39 en proceskosten van €10.105,17 worden toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en veroordeelt partijen hoofdelijk tot betaling.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt partijen tot betaling van de openstaande lening, borgtocht, beslagkosten en proceskosten.