Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[woonplaats] .
1.Het onderzoek ter terechtzitting
5 december 2024.
mr. J.I.P. Hofstee, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.M. Keizer, naar voren hebben gebracht.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Op 7 februari 2023 werd in een opslagruimte en woning aan een adres in Amsterdam een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne en diverse voorwerpen die verband houden met de productie en verwerking van drugs aangetroffen. Verdachte stond ingeschreven op dit adres, maar verbleef van 7 januari tot 20 september 2023 in Marokko.
De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van het medeplegen van het bereiden, verwerken en aanwezig hebben van circa 3,9 kilo cocaïne, alsmede voorbereidingshandelingen. Verdachte beriep zich op zijn zwijgrecht en verklaarde pas tijdens de terechtzitting dat hij de woning had verhuurd aan een kennis, aan wie hij de huissleutel had gegeven.
De rechtbank oordeelde dat deze verklaring niet werd weerlegd en dat de aanwezigheid van verdachte in Marokko tijdens de feitenperiode de stelling van actieve betrokkenheid ondermijnt. Vingerafdrukken op gebruiksvoorwerpen waren onvoldoende bewijs, omdat deze ook op andere momenten konden zijn achtergelaten. Bovendien werd na een inbraak op 14 februari 2023 opnieuw drugs aangetroffen, wat erop wijst dat anderen de woning gebruikten.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij cocaïnehandel.