Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. N.R. Bakkenes, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. R.J. Jager, naar voren hebben gebracht.
[benadeelde partij] , naar voren is gebracht door haar raadsman mr. J.W.F. Menick.
2.Tenlastelegging
primair), dan wel poging tot zware mishandeling van [benadeelde partij] (
subsidiair) door met een vleesthermometer een of meerdere keren een beweging richting het lichaam van die [benadeelde partij] te maken;
primair), dan wel eenvoudige mishandeling van
[benadeelde partij] (
subsidiair) door die [benadeelde partij] tegen het hoofd te schoppen;
primair), dan wel eenvoudige mishandeling van
[benadeelde partij] (
subsidiair) door die [benadeelde partij] tegen het hoofd te slaan.
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
vermoedelijkrespectievelijk
mogelijkprikwonden betreffen. De rechtbank kan niet vaststellen dat die laatste defecten door de vleesthermometer zijn veroorzaakt.
4.Bewezenverklaring
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn vervat - bewezen dat verdachte:
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
- een consult van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) van 7 juli 2023, opgesteld door psychiater S. Rakhshandehroo;
- een rapportage pro Justitia van 4 december 2023, opgesteld door psychiater
8.Beslag
9.De vordering van de benadeelde partij
€ 800,-, bestaande uit € 300,- aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade. Voornoemd totaalbedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan (1 juli 2023) tot aan de dag van de algehele voldoening. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering worden verklaard.
€ 264,- (2 x € 132,-) aan proceskosten toe.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf van 9 (negen) maanden.
€ 800,- (achthonderd euro). Dit bedrag bestaat uit € 300,- (driehonderd euro) aan vergoeding voor materiële schade en € 500,- (vijfhonderd euro) aan vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 juli 2023) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 264,- (tweehonderdvierenzestig euro) aan salaris advocaat.
€ 800,- (achthonderd euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 juli 2023) tot aan de dag van de algehele voldoening.