ECLI:NL:RBAMS:2024:874
Rechtbank Amsterdam
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering huurachterstand wegens onvoldoende onderbouwing en vernietiging oneerlijke huurverhogingsbeding
In deze huurzaak heeft de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam op 23 februari 2024 uitspraak gedaan. Eiseres vorderde betaling van een huurachterstand van gedaagde, maar kon deze onvoldoende onderbouwen. De huurovereenkomst bevatte een huurverhogingsbeding en een bik-beding die ambtshalve als oneerlijk werden beoordeeld en vernietigd.
Eiseres heeft een specificatie van de vordering overgelegd waarin huurverhogingen en buitengerechtelijke incassokosten waren opgenomen, terwijl deze volgens het tussenvonnis niet toewijsbaar zijn. Daarnaast gaf eiseres onvoldoende inzicht in de huurbetalingen en huurverhogingen van de periode vóór haar eigendom vanaf november 2012 tot december 2019.
Door het ontbreken van een volledige en juiste berekening van de huurachterstand heeft eiseres niet voldaan aan haar stelplicht. De rechtbank wijst daarom de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten, welke nihil zijn begroot. Het vonnis is gewezen door kantonrechter J.H.J. Evers en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot betaling van huurachterstand wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.