Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De vordering
3.Grondslag van de vordering
4.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
Het totaal aan legale contante inkomsten in de betreffende periode bedraagt volgens de verdediging daarom € 408.000,-.
Subsidiair stelt de verdediging dat minimaal 24 optredens en 12 “meet and greets” aannemelijk zijn, wat resulteert in contante legale inkomsten van € 204.000,-.
had gehad 875 laatst waarvan 300 terug was geinvest of was 850’. In het rapport wordt gesteld dat hieruit kan worden afgeleid dat veroordeelde € 300.000,- heeft geïnvesteerd in een partij, vermoedelijk cocaïne. De rechtbank is, met de verdediging, van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om de naam ‘ [naam 1] ’ in dit chatgesprek aan veroordeelde te koppelen en de contante investering aan hem toe te rekenen. De rechtbank stelt vast dat veroordeelde de naam ‘ [naam 1] ’ gebruikt. Deze naam is bij diverse accounts in zijn telefoon is gevonden. Dat met “ [naam 1] ” genoemd in enkele chatbericht in het onderzoek Brannec, ook veroordeelde wordt bedoeld, blijkt niet uit andere bewijsmiddelen, zoals bijvoorbeeld een proces-verbaal van identificatie in dat onderzoek. De enkele vermelding van de naam “ [naam 1] ” vindt de rechtbank daarom onvoldoende om het bedrag aan veroordeelde toe te rekenen. De rechtbank zal het bedrag van € 300.000,- dan ook niet betrekken bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
5.De verplichting tot betaling
6.Toepasselijke wettelijke voorschriften
7.Beslissing
[veroordeelde]de verplichting tot betaling van € 510.423,99
3 (drie) jaar.