Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Beslissing
[verdachte].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 1 februari 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die lijdt aan het syndroom van Usher en daarnaast intellectuele beperkingen heeft. Uit een Pro Justitia-rapport van juli 2023 blijkt dat verdachte doofstom en visueel beperkt is, met een zeer laag intellectueel functioneren, vermoedelijk matig verstandelijk beperkt. Hierdoor kan verdachte de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging niet begrijpen en is hij niet in staat om met zijn raadsman te communiceren of de verdedigingsstrategie mede te bepalen.
Tijdens de zitting werd geprobeerd om verdachte via een gebarentolk en schriftelijke communicatie per telefoon te bevragen, maar verdachte gaf nauwelijks of geen begrijpelijke antwoorden. De rechtbank concludeerde dat verdachte procesonbekwaam is in de zin van artikel 16 Sv Pro, waardoor schorsing van de vervolging verplicht is. Het Openbaar Ministerie had betoogd dat verdachte procesbekwaam zou zijn, mede op basis van schriftelijke communicatie, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd.
De rechtbank overweegt dat de beperkingen van verdachte niet binnen redelijke termijn zullen verbeteren, zodat de schorsing een einduitspraak vormt. Indien herstel niet optreedt, kan de zaak later worden beëindigd op grond van artikel 29f Sv. De rechtbank wijst erop dat de situatie van verdachte sinds eerdere onderzoeken uit 2009 niet is verbeterd en dat zijn taal- en leesvaardigheid zeer beperkt zijn. De schorsing van de vervolging is daarmee gerechtvaardigd.
Uitkomst: De vervolging van verdachte wordt geschorst wegens zijn procesonbekwaamheid door syndroom van Usher en intellectuele beperkingen.