ECLI:NL:RBAMS:2025:10019

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
25/1562
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens schikkingsvoorstel Dienst Toeslagen

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder, de Dienst Toeslagen. Dit beroep is ingetrokken nadat verweerder een schikkingsvoorstel deed en partijen een vaststellingsovereenkomst tekenden. De rechtbank beoordeelt het verzoek om veroordeling van verweerder in de proceskosten.

De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoekster is tegemoetgekomen door het schikkingsvoorstel, dat dateert van vóór de dag van het instellen van het beroep, en erkent dat het beroep terecht was vanwege de te late besluitvorming. Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding toe.

De vergoeding wordt berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de ingediende beroepschrift een vast bedrag per proceshandeling wordt toegekend, verminderd met een factor vanwege het lichte gewicht van de zaak. Verzoekster ontvangt een vergoeding van €453,50 en daarnaast wordt verweerder verplicht het griffierecht van €53,- te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door rechter B. de Vos en griffier S.A. Adriaanse op 19 december 2025. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van €453,50 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/1562

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. P. Salim),
en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. B.E.R. Darantinao).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder [1] . Zij heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder haar een schikkingsvoorstel heeft gedaan en partijen vervolgens een vaststellingsovereenkomst hebben getekend.
2. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat verzoekster een vaststellingsovereenkomst heeft getekend, terecht beroep heeft ingesteld en daarom recht heeft op terugbetaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding.
3. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [2]

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
5. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [3]
Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?
6. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is.
7. Op 6 maart 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Op 5 maart 2025 heeft verweerder een schikkingsvoorstel aan verzoekster gestuurd. Partijen hebben vervolgens een vaststellingsovereenkomst getekend. Nu het schikkingsvoorstel dateert van 5 maart 2025 en per post is verstuurd, gaat de rechtbank ervan uit dat dit voorstel nog niet bekend was bij verzoekster op het moment dat beroep werd ingesteld. Met dit voorstel is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster. Het staat niet ter discussie dat verweerder te laat was met beslissen en dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit daarmee terecht is ingediend.
Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekster vergoeden?
8. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Bpb als volgt berekend.
9. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 453,50.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
10. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [4] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. de Vos, rechter, in aanwezigheid van
mr.S.A. Adriaanse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op haar bezwaar tegen het besluit van verweerder van 7 mei 2024 over de herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
2.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
4.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.