ECLI:NL:RBAMS:2025:10047

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
25/5662
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking woningnetpunten wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken beroepsgronden

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om opgebouwde punten in het woningnetsysteem in te trekken vanwege het weigeren van twee aangeboden woningen binnen twee jaar.

De rechtbank heeft het beroep behandeld op 8 december 2025, waarbij eiser aanwezig was maar de gemachtigde van het college afwezig bleef. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan, ondanks meerdere herinneringen aan eiser.

Daarnaast bevatte het beroepschrift geen beroepsgronden, en ook na waarschuwingen zijn deze niet alsnog ingediend. Eiser kon op de zitting geen verschoonbare reden geven voor het ontbreken van deze gronden. Hierdoor kon de rechtbank niet inhoudelijk op het beroep ingaan.

De uitspraak is mondeling gedaan en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.

Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van woningnetpunten is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/5662

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

[eiser] , uit [woonplaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de intrekking van opgebouwde punten in het systeem van [bedrijf] .
1.1.
Met het bestreden besluit van 27 augustus 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij het besluit van 1 juli 2025 gebleven waarbij al eisers opgebouwde zoek-, situatie- en startpunten ingetrokken werden uit het systeem van [bedrijf] . Reden hiervoor is dat eiser twee keer binnen twee jaar een aangeboden woning heeft geweigerd.
1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 27 augustus 2025 op 8 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. De gemachtigde van het college heeft zich afgemeld voor de zitting.
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk omdat het verschuldigde bedrag van het griffierecht niet tijdig is bijgeschreven of gestort. [1] De griffier heeft eiser twee keer gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. Voorafgaand aan de zitting heeft de rechtbank de betaling van het griffierecht niet ontvangen van eiser.
4. Daarnaast is het beroep ook niet-ontvankelijk omdat er zonder verschoonbare redenen geen beroepsgronden zijn ingediend. [2] Het beroepschrift van 7 oktober 2025 bevat geen beroepsgronden. De griffier heeft eiser hier twee keer op gewezen. Ook na deze berichten zijn er geen beroepsgronden ingediend door eiser. Eiser heeft op zitting ook geen verschoonbare reden voor het verzuim kunnen geven. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025 door mr. S.D. Arnold, rechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie de artikelen 6:5, eerste lid, onder d, en 6:6, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht.