ECLI:NL:RBAMS:2025:10091
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vordering tot nakoming zorgregeling en vaststelling voorlopige zorgregeling in kort geding
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam op 27 november 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen een vader en een moeder over de zorgregeling voor hun minderjarige kind. De vader vorderde nakoming van een eerder vastgestelde omgangsregeling, terwijl de moeder een tegenspraak indiende en een aangepaste voorlopige zorgregeling vroeg. De partijen hebben een relatie gehad van mei 2015 tot juni 2020 en zijn ouders van een minderjarige, geboren in 2019. Tijdens een eerdere zitting in 2022 is een voorlopige omgangsregeling overeengekomen, maar de vader heeft recentelijk een nieuwe partner en heeft verzocht om de omgangsregeling uit te breiden. De moeder heeft echter zorgen over de veiligheid van het kind tijdens de overnachtingen bij de vader, vooral gezien de meldingen van de basisschool over de psychische toestand van het kind en de vader. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de omgang met overnachting onder begeleiding moet plaatsvinden, en heeft een voorlopige regeling vastgesteld waarbij de omgang wordt begeleid door de ouders van de vader of zijn nieuwe vriendin, na kennismaking met de moeder. De vorderingen van de vader zijn afgewezen, terwijl de vorderingen van de moeder in reconventie zijn toegewezen, waaronder de vaststelling van een voorlopige omgangsregeling en een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.