ECLI:NL:RBAMS:2025:10092

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
776391
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot levering van aandelen en teruglevering van woordmerk in kort geding

In deze zaak, die op 25 november 2025 door de Rechtbank Amsterdam is behandeld, hebben eisers, bestaande uit [eiser 1] B.V., [eiser 2] en [eiser 3], een kort geding aangespannen tegen gedaagden, waaronder OKA TRADING B.V. en [gedaagde 2]. De eisers vorderen de levering van 20 aandelen in de besloten vennootschap Ristorante [naam bv] B.V. aan [eiser 3] en de teruglevering van het woordmerk “[naam broodjeszaak]” aan [naam bv]. De procedure is gestart na een geschil over de uitvoering van een tussenovereenkomst die op 28 december 2024 was gesloten, waarin was afgesproken dat [eiser 3] een derde van de aandelen zou verwerven. De eisers stellen dat de overdracht van de aandelen en het merk niet is uitgevoerd, ondanks dat de betaling van €25.000,- door [eiser 3] al was voldaan. Gedaagden hebben verweer gevoerd en stellen dat de overeenkomst is beëindigd omdat de formele overdracht niet binnen de afgesproken termijn heeft plaatsgevonden. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de eisers voldoende spoedeisend belang hebben en dat de vorderingen tot levering van de aandelen en teruglevering van het merk toewijsbaar zijn. De voorzieningenrechter heeft OKA veroordeeld om binnen twee werkdagen de noodzakelijke handelingen te verrichten voor de levering van de aandelen en het woordmerk binnen 14 dagen terug te leveren, op straffe van dwangsommen. Tevens zijn gedaagden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/776391 / KG ZA 25-798 NB/MAH
Vonnis in kort geding van 25 november 2025
in de zaak van

1.[eiser 1] B.V.,

te [vestigingsplaats] ,
2.
[eiser 2],
te [woonplaats 1] ,
3.
[eiser 3],
te [woonplaats 2] ,
eisers bij dagvaarding van 14 oktober 2025,
hierna afzonderlijk te noemen: [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] ,
advocaten: mr. M.L.A. Brick en mr. B.S. Witteveen,
tegen

1.OKA TRADING B.V.,

te Nijmegen,
2.
[gedaagde 2],
te [woonplaats 3] ,
gedaagden,
hierna afzonderlijk te noemen: OKA en [gedaagde 2] ,
advocaat: mr. B.M. König.

1.De procedure

Bij de zitting op 30 oktober 2025 waren aanwezig:
- aan de kant van eisers: [eiser 2] (via videoverbinding), voor zichzelf en als bestuurder van [eiser 1] , en [eiser 3] , met mr. Brick en mr. Witteveen,
- aan de kant van gedaagden: [gedaagde 2] , voor zichzelf en namens OKA, met mr. König en zijn kantoorgenote mr. M.G. Riekert.
Tijdens de zitting hebben eisers de dagvaarding toegelicht en hebben gedaagden verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. De zaak is pro forma aangehouden tot 6 november 2025 voor overleg tussen partijen. Nadat zij hadden bericht niet tot een schikking te zijn gekomen en vonnis te vragen, is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[eiser 2] is enig aandeelhouder en enig bestuurder van [eiser 1] . [gedaagde 2] is enig aandeelhouder en enig bestuurder van OKA. [eiser 1] en OKA houden ieder 50% van de aandelen in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ristorante [naam bv] B.V. (hierna: [naam bv] of de Vennootschap). Bestuurders van [naam bv] zijn [eiser 2] en [gedaagde 2] .
2.2.
[naam bv] is opgericht op 1 juli 2024 en exploiteert in [locatie] in Arnhem een vestiging van cafetaria “ [naam cafetaria] ” en ook een broodjeszaak onder de naam “ [naam broodjeszaak] ”. [naam broodjeszaak] heeft vooralsnog één vestiging, in de bedrijfsruimte in het winkelcentrum waar ook [naam cafetaria] huist.
2.3.
Op 28 december 2024 hebben [eiser 2] en [gedaagde 2] een “Tussenovereenkomst Toekomstig Aandeelhouderschap” (de Overeenkomst) gesloten met [eiser 3] . In de overwegingen staat dat partijen de intentie hebben om [eiser 3] aan te stellen als houder van 1/3 van de aandelen in de Vennootschap en dat ze afspraken willen vastleggen in afwachting van de formele overdracht van de aandelen via de notaris.
Verder zijn de volgende bepalingen van de Overeenkomst relevant:
“Artikel 2: Voorwaarden
2.1
De overdracht van de aandelen zal plaatsvinden uiterlijk op 01januari2025, tenzij
Partijen schriftelijk een andere termijn overeenkomen.
[…]
Artikel 3: Koopprijs en inbreng
3.1
Partij 3 zal voor de overname van de aandelen een bedrag van EUR €25.000,-
voldoen aan Partij 1 en Partij 2, tenzij anders schriftelijk overeengekomen.
3.2
De betaling van de koopprijs zal plaatsvinden op een door Partijen nader te bepalen
wijze.
[…]
Artikel 5: Geldigheid en beëindiging
5.1
Deze overeenkomst treedt in werking op de datum van ondertekening en blijft van
kracht totdat de notariële overdracht van de aandelen is voltooid.
5.2
Indien de formele overdracht niet plaatsvindt binnen de in artikel 2.1 genoemde
termijn, behoudt elke Partij zich het recht voor deze overeenkomst te beëindigen, zonder
dat dit afbreuk doet aan eventuele reeds gemaakte kosten of verplichtingen.
[…].”
2.4.
Het woordmerk “ [naam broodjeszaak] ” is op 9 april 2025 gedeponeerd en op 25 juni 2025 op naam van [naam bv] ingeschreven.
2.5.
Op 15 juli 2025 heeft [gedaagde 2] het woordmerk “ [naam broodjeszaak] ” laten overdragen aan OKA. Dat is op 1 augustus 2025 gepubliceerd in het Benelux merkenregister.
2.6.
Bij brief van 20 augustus 2025 heeft de advocaat van eisers gedaagden gesommeerd om mee te werken aan de overeengekomen levering van de aandelen aan [eiser 3] en om de merknaam “ [naam broodjeszaak] ” terug te leveren aan [naam bv] .
2.7.
Per e-mail van 26 augustus 2025 heeft de advocaat van gedaagden daarop afwijzend gereageerd, stellende dat gedaagden de Overeenkomst per direct beëindigen op grond van artikel 5.2 en dat OKA de rechtmatige eigenaar is van het merk “ [naam broodjeszaak] ”.
2.8.
Partijen hebben nog overlegd over een oplossing, maar zijn er niet uit gekomen.

3.Het geschil

3.1.
Eisers vorderen, samengevat, om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
A. OKA te gebieden binnen twee werkdagen na dit vonnis alle handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn voor de levering van een derde van de aandelen in [naam bv] aan [eiser 3] door een notaris van Dirkzwager legal & taks (Dirkzwager N.V.) te [vestigingsplaats] , conform hetgeen is afgesproken in de Overeenkomst, op straffe van dwangsom van € 1.000,- per dag of gedeelte daarvan, met een maximum van € 50.000,-, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom,
B. te bepalen dat, indien OKA niet voldoet aan de veroordeling onder A, het vonnis in de plaats treedt van de gevorderde medewerking door OKA aan de onder A genoemde handelingen, een en ander conform artikel 3:300 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW),
C. gedaagden te gebieden om het merkenrecht “ [naam broodjeszaak] ” binnen 14 dagen na het vonnis terug te leveren aan [naam bv] en binnen één dag na dit vonnis te verbieden gebruik te maken van merkenrecht “ [naam broodjeszaak] ” in welke vorm of op welke wijze dan ook, op straffe van dwangsom van € 1.000,- per dag of gedeelte daarvan;
D. te bepalen dat, indien gedaagden niet voldoen aan de veroordeling onder C, het vonnis in de plaats treedt van de gevorderde medewerking door gedaagden aan de onder C genoemde handelingen, een en ander conform artikel 3:300 lid 1 BW;
E. gedaagden te veroordelen in de proceskosten, met wettelijke rente.
3.2.
Gedaagden voeren verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4.De beoordeling

Aandelenoverdracht
4.1.
Eisers vorderen (onder A) nakoming van de Overeenkomst, dat wil zeggen medewerking van OKA aan de levering van een derde van haar aandelen (dus een zesde van alle aandelen, ofwel 20 aandelen) in [naam bv] aan [eiser 3] . Een vordering tot nakoming kan in kort geding alleen worden toegewezen, indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het standpunt van de eisende partij zal volgen, bijvoorbeeld als gedaagde een kennelijk ongegrond verweer voert, en indien van eiser niet kan worden gevergd dat hij de uitslag van de bodemprocedure afwacht.
4.2.
[eiser 1] stelt een spoedeisend belang te hebben omdat als gevolg van het handelen van [gedaagde 2] op aandeelhoudersniveau onenigheid is ontstaan die haar weerslag heeft op het personeel en de onderneming van [naam bv] . [naam bv] lijdt daardoor schade. Ook [eiser 3] stelt een spoedeisend belang te hebben bij onmiddellijke levering van de aandelen. Ruim negen maanden geleden is immers overeengekomen dat hij aandelen zou verwerven en de tegenprestatie heeft hij al lang voldaan. Daarnaast stellen [eiser 1] en [eiser 2] een spoedeisend belang te hebben bij teruglevering van het merkenrecht “ [naam broodjeszaak] ” aan [naam bv] , omdat de exploitatie van [naam bv] schade lijdt doordat een aan haar toebehorend vermogensrecht, het woordmerk, zonder recht of titel uit de vennootschap werd vervreemd.
Daarmee hebben eisers voldoende gesteld omtrent hun spoedeisend belang en kunnen de vorderingen in kort geding inhoudelijk worden beoordeeld.
4.3.
Uit de tekst van de Overeenkomst blijkt duidelijk dat [eiser 2] en [gedaagde 2] met [eiser 3] hebben afgesproken dat [eiser 3] voor 1/3 aandeelhouder zou worden. De oorspronkelijk volgens artikel 2 van de Overeenkomst beoogde datum van levering van de aandelen aan [eiser 3] (of zijn vennootschap), 1 januari 2025, is niet gehaald. Partijen konden echter van die datum afwijken en dat hebben zij ook gedaan. Uit de overgelegde correspondentie tussen partijen volgt dat [eiser 2] en [eiser 3] er in de maanden na 1 januari 2025 vanuit gingen dat de levering zou doorgaan. Blijkens diverse berichten van [gedaagde 2] in 2025 bleef ook hij daar vanuit gaan.
4.4.
Zo berichte hij op 14 januari 2025 per Whatsapp aan [eiser 3] :
“Met die [Overeenkomst] en je betaling ga ik de aandeelhouderschap regelen voor 1/3 in
onze ristorante [naam bv] BV waar ik en [ [eiser 2] ] voor 50/50 aandeelhouder
zijn. Met jouw erbij wordt het 1/3 per aandeelhouder
Ik heb al de notaris gisteren vroeg gebeld en alles ingang gezet
[...]
De notaris gaat twee dingen doen je BV oprichten en inschrijving
aandeelhouderschap [eiser 3] Holding BV bij ristorante [naam bv] ”
4.5.
[gedaagde 2] is ook daadwerkelijk aan de slag gegaan met de notaris. Naar aanleiding van het verzoek van de notaris van 17 januari 2025 om de stukken voor de aandelenoverdracht toe te zenden, heeft [gedaagde 2] hem bij e-mail van 22 januari 2025 onder meer de Overeenkomst gestuurd en daarbij verzocht contact op te nemen met [eiser 3] (omdat deze meteen zijn eigen holding wilde oprichten). Daarop heeft de notaris de volgende dag per e-mail geantwoord dat hij aan de slag ging met het opstellen van de conceptakte.
4.6.
Toen [gedaagde 2] op 9 juli 2025, op vragen van [eiser 3] waarom het zo lang duurde, per Whatsapp had geantwoord dat de aandelenoverdracht pas plaats kon vinden als er een aantal dingen helder waren die hij [eiser 3] face to face wilde uitleggen, schreef [gedaagde 2] vervolgens nog aan [eiser 3] : “Ben met alle voorbedingen bezig. Je moet geduld hebben [ [eiser 3] ]”. Kortom, zelfs in juli 2025 wekte [gedaagde 2] nog het vertrouwen dat de levering zou doorgaan. Pas op 26 augustus 2025 is de advocaat van gedaagden plotseling met het verweer gekomen dat zij de overeenkomst beëindigden omdat de leveringsdatum van 1 januari 2025 was verstreken.
4.7.
In dat licht kan het primaire verweer van gedaagden, dat de Overeenkomst conform artikel 5.2 is geëindigd, geen stand houden. De daarin genoemde voorwaarde, dat de formele overdracht niet heeft plaatsgevonden binnen de in artikel 2.1 bedoelde termijn, is niet vervuld, althans het recht om daarop een beroep te doen is verwerkt doordat partijen zich na 1 januari 2025 gedragen zoals hiervoor is weergegeven. De termijn is na 1 januari 2025 door partijen telkens verlengd, zo blijkt uit de boven weergegeven Whatsapp-correspondentie.
4.8.
De voorzieningenrechter concludeert dat OKA 20 van haar aandelen aan [eiser 3] dient te leveren, tegen betaling van € 25.000,00. Het ligt voor de hand dat [eiser 3] zorgt dat dit bedrag voorafgaand aan het verlijden van de leveringsakte op de derdenrekening van de notaris is gestort volgens de aanwijzingen van de notaris. Het betoog van [eiser 3] dat hij de koopprijs al door verrekening heeft voldaan gaat niet op, aangezien OKA niet met verrekening heeft ingestemd.
4.9.
Als prikkel tot nakoming hebben eisers zowel een dwangsom als reële executie (vordering B) gevorderd. Desgevraagd hebben eisers ter zitting verklaard dat een dwangsom volstaat.
4.10.
Gelet op dit alles zal vordering A worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing en zal vordering B worden afgewezen. Ter zitting is besproken dat de verhoudingen tussen [eiser 2] en [eiser 3] enerzijds en [gedaagde 2] anderzijds inmiddels zo verzuurd zijn, dat ontvlechting van de samenwerking voor de hand ligt. Tijdens en na de zitting hebben partijen daarover ook overlegd en zij zijn elkaar enigszins genaderd met betrekking tot een uitkoopbedrag, maar zijn er uiteindelijk nog niet uit gekomen. De voorzieningenrechter merkt op dat het in het belang van alle partijen (plus de onderneming) lijkt dat zij alsnog een poging wagen, wellicht met een mediator of bindend adviseur.
Teruglevering woordmerk “ [naam broodjeszaak] ”
4.11.
Eisers vorderen (onder C) het woordmerk “ [naam broodjeszaak] ” terug te leveren aan [naam bv] en gedaagden te verbieden het te gebruiken. [gedaagde 2] heeft dit woordmerk eerst zelf laten registreren op naam van [naam bv] . Vervolgens heeft hij op 15 juli 2025, toen er inmiddels binnen de Vennootschap ( [naam bv] ) een conflict was ontstaan tussen de beide aandeelhouders en bestuurders, het woordmerk buiten medeweten van zijn mede-aandeelhouder [eiser 1] en medebestuurder [eiser 2] laten overzetten op naam van OKA, de eigen vennootschap van [gedaagde 2] . Toen [eiser 2] en [eiser 3] dit ontdekten hebben zij direct bezwaar gemaakt tegenover [gedaagde 2] in de groeps-Whatsapp.
4.12.
[eiser 1] en [eiser 2] hebben als (indirect) huidig aandeelhouder van [naam bv] belang bij ongedaanmaking van deze onrechtmatige onttrekking van het woordmerk aan de Vennootschap door [gedaagde 2] en OKA. Ook de toekomstige aandeelhouder [eiser 3] heeft daarbij belang nu de prijs van de aandelen mede is bepaald op basis van het gegeven dat het woordmerk deel uitmaakt van het vermogen van de vennootschap.
4.13.
Gedaagden zullen worden veroordeeld het woordmerk terug te leveren aan de Vennootschap, die dan weer de rechtmatige gebruiker ervan zal zijn. Voor toewijzing van het gevorderde verbod tot gebruik van het woordmerk door gedaagden, (indirect) aandeelhouder en bestuurder van de Vennootschap, is dan ook geen aanleiding. Daarbij wordt opgemerkt dat [gedaagde 2] ter zitting heeft verklaard dat de Vennootschap voor het gebruik van het woordmerk geen vergoeding verschuldigd is.
4.14.
De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd zoals vermeld in de beslissing. Ook hier is een tweede dwangmiddel niet nodig en zal de gevorderde reële executie (vordering D) worden afgewezen.
Proceskosten
4.15.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisers worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.118,40
4.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
gebiedt OKA binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis alle handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn voor de levering van 20 aandelen in [naam bv] aan [eiser 3] (tegen betaling door [eiser 3] aan OKA van €12.500,00) via een notaris van Dirkzwager legal & taks (Dirkzwager N.V.) te Arnhem, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan, met een maximum van € 50.000,00,
5.2.
gebiedt gedaagden om het woordmerk “ [naam broodjeszaak] ” binnen 14 dagen na het vonnis terug te leveren aan [naam bv] , op straffe van dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan, met een maximum van € 50.000,00;
5.3.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten van € 2.118,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend,
5.4.
veroordeelt gedaagden tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
Bij afwezigheid van mr. Blankevoort is dit vonnis ondertekend door mr. T.H. van Voorst Vader, voorzieningenrechter, die het vonnis uitsprak.
Type: MAH
Coll: