ECLI:NL:RBAMS:2025:10109

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
13/241372-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overlevering van een Europees aanhoudingsbevel en de tenuitvoerlegging van een Poolse straf in Nederland

Op 11 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Sąd Okręgowy w Zamościu II Wydział Karny in Polen. De zaak betreft een verzoek tot overlevering van een persoon die in Polen is veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar. De rechtbank heeft op 16 september 2025 de vordering van de officier van justitie tot behandeling van het EAB in behandeling genomen. Tijdens de zitting op 13 november 2025 is de opgeëiste persoon verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, en is de termijn voor de uitspraak verlengd. Op 27 november 2025 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gedaan, waarin zij het onderzoek heeft heropend in verband met een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat relevant is voor de toepassing van artikel 6a van de Overleveringswet (OLW). Tijdens de zitting op 9 december 2025 is de behandeling voortgezet, waarbij de identiteit van de opgeëiste persoon is bevestigd. De rechtbank heeft uiteindelijk geoordeeld dat de overlevering op grond van artikel 6a OLW moet worden geweigerd, maar tegelijkertijd de tenuitvoerlegging van de straf in Nederland heeft bevolen, aangezien de benodigde documenten door de Poolse autoriteiten zijn ontvangen. De rechtbank heeft de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen tot aan de tenuitvoerlegging van de straf.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/241372-25
Datum uitspraak: 11 december 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 16 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 oktober 2010 (en op 26 oktober 2015 gewijzigd) door de
Sąd Okręgowy w Zamościu II Wydział Karny [District Court in Zamość Second Penal Division],Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1982,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
feitelijk verblijvend op het adres: [adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 13 november 2025
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 november 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.S. Altena, advocaat in Utrecht (waarnemend voor mr. R. Zilver), en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Tussenuitspraak
Bij tussenuitspraak van 27 november 2025 [3] heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en geschorst in verband met een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 4 september 2025, in de zaak
CJ [4] (hierna: de zaak
CJ) dat van belang is voor de toepassing van artikel 6a OLW.
Zitting 9 december 2025
De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 9 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, D.S. Altena (waarnemend voor mr. R. Zilver), en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak van 27 november 2025

Bij tussenuitspraak van 27 november 2025 heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW, en de strafbaarheid van het feit. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen onder punt 6 van de tussenuitspraak van 27 november 2025. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw verzoekt de rechtbank de overlevering te weigeren op grond van artikel 6a OLW en de tenuitvoerlegging van de straf over te nemen. Daarnaast verzoekt zij de rechtbank om uitdrukkelijk in de beslissing op te nemen dat zij voornemens is een verzoek in te dienen na de uitspraak van de rechtbank om bij de tenuitvoerlegging rekening te houden met de in Polen geldende regeling, waarbij de opgeëiste persoon na het uitzitten van de helft van de straf in aanmerking zou komen voor vervroegde invrijheidstelling.
Standpunt van de officier van justitie
Volgens de officier van justitie kan de overlevering op grond van artikel 6a OLW worden geweigerd onder gelijktijdige overname van de tenuitvoerlegging van de straf, omdat het vereiste certificaat en het onderliggende vonnis inmiddels zijn ontvangen.
Oordeel van de rechtbank
In voornoemde zaak
CJheeft het HvJ EU zich op 4 september 2025 uitgesproken over de situatie dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit artikel 4, punt zes, van het Kaderbesluit 2002/584/ JBZ wenst toe te passen. Het betreft de situatie, zoals hier aan de orde, dat de rechtbank de overlevering wil weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in Nederland wil bevelen. Zoals de rechtbank in haar uitspraak van 30 september 2025 [5] heeft overwogen volgt uit dat arrest – kort samengevat – dat toestemming van de beslissingsstaat vereist is voordat de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf door een ontvangende lidstaat kan worden overgenomen. Die toestemming wordt uitgedrukt door toezending van het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 bij het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en het vonnis waarbij de straf is opgelegd.
In deze zaak heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 17 november 2025 het certificaat en het veroordelende vonnis toegezonden. Dit betekent dat de uitvaardigende justitiële autoriteit toestemming heeft gegeven voor het overnemen van de straf door Nederland.
De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 6a OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd onder gelijktijdige overname van de tenuitvoerlegging van de straf.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2 en 10 Opiumwet en 2, 5, 6a en 7 OLW.

7.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan de
Sąd Okręgowy w Zamościu II Wydział Karny [District Court in Zamość Second Penal Division],Polen;
BEVEELTde tenuitvoerlegging van de in overweging 3 van de tussenuitspraak van 27 november 2025 bedoelde vrijheidsstraf in Nederland, te weten een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar;
HEFT OPde – geschorste – overleveringsdetentie van
[de opgeëiste persoon];
BEVEELTde gevangenhouding van
[de opgeëiste persoon]tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Dit bevel is afzonderlijk opgemaakt.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. M. Scheeper en J.T.H. Zimmerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier.
en uitgesproken ter openbare zitting van 11 december 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 4 september 2025, C-305/22, ECLI:EU:C:2025:665 (