ECLI:NL:RBAMS:2025:10170
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Benoeming vereffenaar nalatenschap en afwijzing verzoek tot benoeming
In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 11 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot benoeming van een vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster, mevrouw [erflaatster]. Verzoekster, de dochter van erflaatster, heeft het verzoek ingediend op grond van artikel 4:195 lid 1 BW, omdat de relatie met haar zus, verweerster, gebrouilleerd is geraakt en zij geen overeenstemming konden bereiken over de afwikkeling van de nalatenschap. De rechtbank heeft vastgesteld dat erflaatster op 7 november 2024 is overleden en dat er geen testament is. Verzoekster heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard, terwijl verweerster als bewindvoerder en mentor van erflaatster heeft gefunctioneerd. De rechtbank heeft in haar beoordeling overwogen dat er geen aanwijzingen zijn dat er schulden zijn die vereffening vereisen. Verweerster heeft als bewindvoerder jaarlijks verantwoording afgelegd, waaruit blijkt dat er geen schulden zijn. De rechtbank concludeert dat de vereffening van de nalatenschap reeds is voltooid en dat verzoekster geen rechtens te honoreren belang heeft bij haar verzoek. Het verzoek tot benoeming van een vereffenaar is afgewezen. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen overeenstemming bereikt over de notaris die een verklaring van erfrecht kan afgeven, en de kosten daarvan komen ten laste van de nalatenschap. De rechtbank heeft ook het verzoek tot het aanmerken van de proceskosten als kosten van de nalatenschap afgewezen, gezien de familierelatie tussen partijen.