5.1.beveelt een onderzoek door een deskundige voor de (gemotiveerde) beantwoording van de volgende vragen:
Welke documenten heeft u ontvangen ter vergelijking van handtekeningen?
Kunt u bevestigen dat alle vergelijkingsdocumenten zijn voorzien van originele, zogenoemde “natte” handtekeningen?
Zijn de vergelijkingsdocumenten naar uw oordeel authentiek en bruikbaar voor forensisch handschriftvergelijkend onderzoek?
Welke onderzoeksmethoden heeft u toegepast om de handtekening op het testament te vergelijken met de vergelijkingshandtekeningen?
Heeft u gebruikgemaakt van optische hulpmiddelen (zoals een loep, microscoop of beeldvergroting) of digitale analyse?
Welke specifieke kenmerken van de handtekeningen heeft u geanalyseerd (bijv. drukverdeling, lijnvoering, lettervormen, verbindingslijnen, helling, snelheid)?
Kunt u aangeven welke overeenkomsten u heeft vastgesteld tussen de handtekening op het testament en de vergelijkingshandtekeningen?
Kunt u op basis van uw onderzoek met voldoende zekerheid vaststellen of de handtekening op het testament afkomstig is van dezelfde persoon als de handtekeningen op de vergelijkingsdocumenten?
Hoe luidt uw conclusie in termen van waarschijnlijkheid of zekerheid (bijv. “hoogst waarschijnlijk”, “niet uit te sluiten”, “onwaarschijnlijk”)?
Zijn er tijdens uw onderzoek andere bijzonderheden aan het licht gekomen die relevant zijn voor de beoordeling van de authenticiteit van het testament of de handtekening?