ECLI:NL:RBAMS:2025:10199

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
C/13/760528 / HA RK 24-431
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopig deskundigenbericht naar schade aan een grachtenpand als gevolg van verbouwingswerkzaamheden

In deze zaak verzoekt [verzoeker] de rechtbank om een voorlopig deskundigenbericht te gelasten naar de schade aan een grachtenpand, dat een rijksmonument is, als gevolg van verbouwingswerkzaamheden uitgevoerd door [verweerders]. [Verzoeker] bezit drie appartementen in het pand, terwijl [verweerders] het appartement op de begane grond bezitten. De verbouwingswerkzaamheden hebben geleid tot schade aan het pand, maar partijen zijn het oneens over de oorzaak en de omvang van deze schade. De rechtbank heeft op 11 december 2025 het verzoek van [verzoeker] toegewezen en M. Hermens van Haskoning Nederland B.V. benoemd als deskundige om de schade te onderzoeken. De rechtbank heeft vastgesteld dat het verzoek voldoet aan de vereisten van artikel 202 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en dat [verzoeker] voldoende belang heeft bij het verzoek. De rechtbank heeft ook de procedure uiteengezet, inclusief de verplichtingen van beide partijen om mee te werken aan het onderzoek en de kosten van het deskundigenonderzoek. De deskundige moet binnen zes maanden na betaling van het voorschot een schriftelijk rapport indienen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/760528 / HA RK 24-431
Beschikking van 11 december 2025
in de zaak van
[verzoeker],
wonende in [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. M.J. de Vries,
tegen

1.[verweerder 1] ,2. [verweerder 2] ,

beiden wonende in [woonplaats] ,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: [verweerders] ,
advocaat: mr. J.D. Poot.

1.De zaak in het kort

1.1.
Deze zaak gaat over het verzoek van [verzoeker] om een voorlopig deskundigenonderzoek uit te laten voeren naar de schade aan een grachtenpand gelegen aan de [adres 1] . Dit pand is een rijksmonument. De appartementen van het pand behoren tot de VvE, waarbij [verzoeker] drie appartementen bezit en [verweerders] het appartement gelegen op de begane grond.
1.2.
[verweerders] hebben in november 2023 verbouwingswerkzaamheden laten uitvoeren in hun woning. Partijen zijn het erover eens dat daardoor schade aan het pand is ontstaan, maar twisten over welke schade het gevolg is van de verbouwing. Inmiddels hebben een aantal door partijen ingeschakelde experts hier onderzoek naar verricht. Partijen zijn het niet eens over de conclusies van die experts die onderling (deels) niet overeenkomen. Partijen hebben daarna geprobeerd om in onderling overleg een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren, maar hebben hierover geen overeenstemming bereikt. [verzoeker] vraagt de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht te gelasten.
1.3.
De rechtbank wijst dit verzoek toe en benoemt M. Hermens van Haskoning Nederland B.V. als deskundige om de schade als gevolg van de verbouwing te onderzoeken.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift van [verzoeker] , ingekomen op de griffie op 4 december 2024, met producties,
  • het verweerschrift van [verweerders] met producties,
  • de beschikking van 6 februari 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
  • de akte overlegging bijlage van [verzoeker] , met productie 30,
  • het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 april 2025,
  • de brief van 8 juli 2025 van mr. Poot, waarin is verzocht zich bij akte uit te laten over de aan deskundige te stellen vragen,
  • de brief van 9 juli 2025 van mr. De Vries, waarin is verzocht om zich bij akte uit te laten over de persoon van de deskundige en de te stellen vragen,
  • het e-mailbericht van 14 juli 2025 van mr. De Vries, waaruit blijkt dat [verzoeker] een andere deskundige voorstelt dan eerder in het verzoekschrift is genoemd, met bijlagen,
  • de akte uitlating deskundige van [verweerders] ,
  • de akte uitlaten van [verzoeker] .

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht te bevelen op grond van artikel 202 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Zij stelt dat [verweerders] met de uitgevoerde werkzaamheden de afspraken uit de verbouwingsovereenkomst niet volledig zijn nagekomen en geen rekening hebben gehouden met de staat van het pand. Daardoor heeft het pand schade geleden. Een voorlopig deskundigenbericht is noodzakelijk, omdat [verweerders] zich op het standpunt stellen dat niet alle schade het gevolg is van de verbouwingswerkzaamheden. [verzoeker] wil dat de huidige situatie van het pand vergeleken wordt met de nulmeting, waarbij ook onderzoek in de woning van [verweerders] plaatsvindt, zodat de schade vastgesteld kan worden en de veiligheid van de constructie en de brandveiligheid van het pand kan worden onderzocht.
3.2.
[verweerders] verzetten zich tegen toewijzing van het verzoek en voeren daartoe aan dat [verzoeker] onvoldoende belang heeft bij een voorlopig deskundigenbericht. Daarnaast hebben zij bezwaren tegen de voorgestelde vragen en deskundigen. Op de zitting hebben [verweerders] toegelicht open te staan voor een onderzoek door een onafhankelijke deskundige en zich met name verzet tegen de door [verzoeker] voorgestane reikwijdte van het onderzoek en het (voorlopig) dragen van de kosten ervan.

4.De beoordeling

4.1.
Op 1 januari 2025 is de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht in werking getreden. Daarmee zijn de wetsartikelen over de voorlopige bewijsverrichtingen (waaronder een voorlopig deskundigenbericht) gewijzigd. Omdat [verzoeker] haar verzoek vóór deze wetswijziging heeft ingediend, zijn bij de beoordeling van het verzoek nog de wettelijke bepalingen zoals die vóór 1 januari 2025 golden van toepassing. De rechtbank toetst het verzoek daarom aan die (oude) wettelijke bepalingen, die overigens voor de toets die de rechtbank in deze zaak doet inhoudelijk niet wezenlijk verschillen van de nieuwe bepalingen.
Toetsingskader
4.2.
Een verzoek om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen wijst de rechter in beginsel toe, mits het verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en het feiten betreft die met het onderzoek bewezen kunnen worden. Het verzoek kan dan alleen nog worden afgewezen als de verzoeker geen belang heeft bij het verzoek als bedoeld in artikel 3:303 Burgerlijk Wetboek (BW), als het verzoek in strijd is met de goede procesorde, als misbruik wordt gemaakt van de bevoegdheid om dit middel te gebruiken of als er een ander zwaarwichtig belang tegen het verzoek bestaat. [1]
Het verzoek van [verzoeker] wordt toegewezen
4.3.
De rechtbank wijst het verzoek van [verzoeker] toe, voor zover het ziet op het vaststellen welke schade aan het pand het gevolg is van de verbouwingswerkzaamheden van [verweerders] Dat zijn concrete feiten die met het onderzoek bewezen kunnen worden. Anders dan [verweerders] hebben aangevoerd heeft [verzoeker] bij dat onderzoek voldoende belang. Zij wil daarmee een inschatting kunnen maken of en in welke mate [verweerders] aansprakelijk zijn voor schade aan het pand en of zij daarvoor een bodemprocedure zal starten. Dat [verweerders] die aansprakelijkheid (deels) ontkennen en vinden dat er al voldoende onderzoek is gedaan, doet aan dat belang niet af. Welke bewijswaarde er aan het voorlopig deskundigenonderzoek en eerdere onderzoeken moet worden toegekend, kan in een eventuele in te stellen bodemprocedure worden besproken, net als (de mate van) aansprakelijkheid. Ook de bereidheid van [verweerders] om samen met [verzoeker] een onafhankelijke deskundige aan te wijzen, maakt niet dat [verzoeker] geen belang (meer) zou hebben bij haar verzoek. Partijen zijn immers niet tot overeenstemming gekomen over een onafhankelijke deskundige en de reikwijdte van diens onderzoek. Voor zover het verzoek van [verzoeker] en de door haar geformuleerde vragen (zie ook verderop) verder gaat dan de vraag naar de schade als gevolg van de verbouwing wordt het afgewezen. Een oordeel van de deskundige over mogelijke verslechtering in de toekomst, herstelmogelijkheden en exacte herstelkosten is op dit moment niet nodig en mogelijk onnodig kostbaar. Met het deskundigenrapport op basis van onderstaande vragen moet [verzoeker] voldoende in staat worden geacht een inschatting te maken van haar kansen in een eventuele bodemprocedure. Daarnaast kan het rapport partijen handvatten geven om opnieuw met elkaar in overleg te treden en gezamenlijk (al dan niet door inschakeling van een expert) de schade vast te stellen en/of tot overeenstemming te komen over herstelwerkzaamheden en de kosten daarvoor.
Deskundige
4.4.
Partijen zijn het niet eens over welke deskundige het onderzoek uit moet voeren. Partijen hebben over en weer meerdere deskundigen voorgedragen en bezwaar gemaakt tegen de door de ander aangedragen deskundigen. Aanvankelijk heeft [verzoeker] twee deskundigen voorgesteld: Duyts en Royal HaskoningDHV. Laatst genoemde partij heeft haar naam gewijzigd in Haskoning Nederland B.V. en wordt hierna Haskoning genoemd. [verweerders] konden zich erin vinden om een deskundige van Duyts te benoemen. [verzoeker] heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat Duyts bij nader inzien geen geschikte partij is, omdat zij eerder gerapporteerd heeft over de fundering van het pand en [verweerders] dit rapport betrokken hebben bij hun verbouwingsplannen.
4.5.
[verweerders] voeren aan dat Haskoning een minder geschikte deskundige is, omdat uit haar website niet blijkt dat zij zich bezighoudt met controle op bestaand vastgoed en onderzoek naar schadeoorzaken. De rechtbank vindt dat [verzoeker] voldoende heeft toegelicht dat Haskoning het gewenste onderzoek kan uitvoeren en ervaring heeft op het gebied van bouwkundige en constructieve onderzoeken, ook bij monumentale panden. Dat deze partij minder geschikt is voor dit specifieke onderzoek is de rechtbank niet gebleken. Om die reden heeft de griffier deze partij benaderd met het verzoek of een deskundige bereid en beschikbaar is om het onderzoek uit te voeren. Op 29 augustus 2025 heeft M. Hermens per e-mail laten weten dat hij in staat en bereid is het deskundigenonderzoek te verrichten, over de daarvoor vereiste expertise beschikt en hij dat onderzoek onafhankelijk van partijen kan verrichten. Deze e-mail is als bijlage aan deze beschikking gehecht. De rechtbank gaat dan ook over tot benoeming van Haskoning, meer specifiek M. Hermens, als deskundige. De rechtbank ziet geen aanleiding om een commissie van meerdere deskundigen te benoemen zoals door [verzoeker] is voorgesteld.
Vragen
4.6.
Partijen zijn het niet eens over de aan de deskundige te stellen vragen. Zij hebben allebei eigen vragen opgesteld en toegelicht waarom de vragen van de andere partij niet (of niet op die manier) zouden moeten worden gesteld. Met inachtneming van wat partijen hebben aangevoerd en wat de rechtbank hiervoor over de reikwijdte van het onderzoek heeft overwogen, heeft de rechtbank een lijst met vragen opgesteld. De vragen zijn in concept voorgelegd aan de beoogd deskundige, zoals blijkt uit de bijlage bij deze beschikking, en aan de hand van diens reactie aangepast.
4.7.
De vragen die aan de deskundige worden gesteld zijn:
1. Welke verslechtering van de staat van (delen van) het pand stelt u vast op basis van een vergelijking tussen de situatie nu en de nulmeting? [2] Graag onderstaande dossierstukken betrekken bij het vaststellen van de staat van het pand ten tijde van de nulmeting en het antwoord op deze vraag, voor zover die stukken daarover aanvullende informatie geven:
  • het funderingsonderzoek van Duyts van 10 juni 2022 (productie 5 verzoekschrift),
  • het ERB-rapport van 10 augustus 2022 (productie 4 verzoekschrift),
  • het inspectierapport van Monumentenwacht van 24 april 2023 (productie 6 verzoekschrift),
  • de door De Beaufort gemaakte beoordeling van de verbouwing van 19 september 2023 (productie 12 verzoekschrift),
  • het opname verslag van De Beaufort van 28 december 2023 (productie 15 verzoekschrift),
  • het deelinspectierapport van Monumentenwacht van 20 december 2023 (productie 16 verzoekschrift),
  • het rapport van ERB van 12 januari 2024 (productie 19 verzoekschrift).
2. Als u bij vraag 1 een verslechtering vaststelt, is de verslechtering het gevolg van de verbouwingswerkzaamheden en/of van andere omstandigheden, graag per verslechtering/ schadepost aangeven wat daarvan de oorzaak is.
3. Graag bij het beantwoorden van de vragen in elk geval de volgende elementen betrekken:
de (verschil)verzakking van het pand;
de draagconstructie en veiligheid van de balklaagconstructie van de eerste verdiepingsvloer;
het draagvermogen van het plafond van de beletage;
e stabiliteit van de resterende muur op de beletage;
de stabiliteit en draagkracht van het achtergevelpenant;
de ondersteuningsconstructie en brandveiligheid van het schoorsteenkanaal;
de ondersteuningsconstructie van het trappenhuis;
de trapverbinding tussen de souterrain en de beletage;
de brandwerendheid en brandveiligheid van de scheiding tussen het trapportaal en appartement A1 en het plafond van de beletage;
of de betonvloer in het souterrain voldoet aan de eisen die door De Beaufort zijn geformuleerd in de beoordeling van 19 september 2023 (productie 12 verzoekschrift).
4. Komt u op de door u onderzochte punten tot andere conclusies dan de experts waarvan u de rapporten heeft kunnen lezen? Zo ja, op grond waarvan? Graag bij het beantwoorden van de vraag de volgende documenten betrekken:
a. het opname verslag De Beaufort 28 december 2023 (productie 15 verzoekschrift),
b. het inspectieverslag van De Beaufort van 16 januari 2024 (productie 20 verzoekschrift),
c. de notitie De Beaufort beoordeling rapportage door Strackee van 13 juni 2024 (productie 21 verzoekschrift),
d. het rapport van Strackee van 21 juni 2024 (productie 22 verzoekschrift).
5. Kunt u op enige wijze vaststellen of de trillingen als gevolg van de sloopwerkzaamheden binnen de daarvoor destijds geldende normen vielen en (mede) oorzaak kunnen zijn van de verslechtering van het pand?
6. Is op dit moment ergens in/om het pand sprake van een onveilige situatie?
7. Voor zover de door u geconstateerde schade het gevolg is van de verbouwing, kunt u een globale inschatting geven van de herstelkosten die hiermee gemoeid zullen zijn?
8. Heeft u verder nog opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?
Voorschot
4.8.
[verzoeker] stelt dat op grond van de verbouwingsovereenkomst de kosten voor het onderzoek naar de schade als gevolg van de verbouwingswerkzaamheden voor rekening van [verweerders] komen en dat daarom moet worden afgeweken van de hoofdregel dat de verzoekende partij het voorschot van de deskundige betaalt. [verweerders] hebben zich hiertegen verzet. Zij bevestigen dat de verbouwingsovereenkomst een bepaling bevat op grond waarvan de kosten voor keuring van de werkzaamheden voor rekening van [verweerders] komen. Maar die kosten zijn volgens hen al gemaakt, door de inspecties/verslagen van De Beaufort, die door [verzoeker] is aangedragen als deskundige, waarvoor [verweerders] hebben betaald.
4.9.
In de verbouwingsovereenkomst staat:
(…) Tijdens of na uitvoering van de in deze overeenkomst bedoelde werkzaamheden zal (het bestuur van) de Vereniging, althans een door de Vereniging aan te wijzen commissie c.q. derde zijn gerechtigd om de alsdan uitgevoerde werkzaamheden voor rekening van de eigenaar te controleren en te keuren, met name ten aanzien van de vraag, of de uitgevoerde
werkzaamheden al dan niet schade aan het gebouw hebben toegebracht c.q. zullen
toebrengen.(…)
4.10.
De rechtbank ziet in wat [verzoeker] heeft aangevoerd, mede gezien de reactie hierop van [verweerders] , geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de verzoekende partij wordt betaald. [3] De stelling van [verzoeker] dat De Beaufort alleen onderzoek heeft verricht voorafgaand aan de verbouwing en daarom niet onder genoemde bepaling valt, wordt niet gevolgd. Uit het dossier blijkt van meerdere inspecties en verslagen van De Beaufort tijdens en na uitvoering van de werkzaamheden. Daarvan trekt [verzoeker] de juistheid in twijfel, waarover zij met het voorlopig deskundigenonderzoek uitsluitsel wil krijgen. [verzoeker] heeft niet betwist dat [verweerders] (ook) voor die latere inspecties en verslagen van De Beaufort hebben betaald. Dat [verzoeker] nog een onderzoek wil laten uitvoeren, betekent niet dat [verweerders] de kosten hiervan ook moeten betalen. Dat blijkt niet uit de bepaling in de verbouwingsovereenkomst. Het voorschot op de kosten van de deskundige moet daarom worden betaald door [verzoeker] . Over het bepalen van de hoogte van dit voorschot neemt de griffie van de rechtbank contact op met partijen, nadat de deskundige een opgave heeft gedaan van zijn geschatte kosten, zie hierna in de beslissing.
Slotopmerkingen
4.11.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank werkt deze verplichting hierna en onder de beslissing nader uit. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
4.12.
[verzoeker] moet ervoor zorgdragen dat de deskundige over het procesdossier inclusief alle tot nu toe door beide partijen ingebrachte producties kan beschikken. Daarnaast moet [verzoeker] ervoor zorgen dat de deskundige de beschikking krijgt over de volgende documenten:
  • de vergunningsaanvraag van 3 juli 2023,
  • de nulmeting van Premiumkeur van 20 oktober 2023,
  • het deelinspectierapport van Monumentenwacht van 23 mei 2025,
  • notitie 6 van Strackee van 10 juli 2025,
  • notitie 7, addendum bij rapport 01B Strackee van 28 juli 2025.
Voor zover [verzoeker] niet zelf over genoemde stukken beschikt en [verweerders] wel, dienen [verweerders] medewerking te verlenen aan het ten behoeve van de deskundige verzamelen ervan.
4.13.
Beide partijen moeten de deskundige desgevraagd voorzien van en/of inzage geven in de stukken en/of informatie die de deskundige van belang vindt. Als een partij op verzoek van een deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
4.14.
Tot slot wijst de rechtbank partijen erop dat zij beiden bij het onderzoek ter plaatse aanwezig mogen zijn. Dat betekent ook dat [verweerders] [verzoeker] de toegang tot hun woning moeten verlenen. Mochten [verweerders] hier niet aan voldoen, dan kan de rechtbank ook hier de gevolgen aan verbinden die zij geraden acht.
Proceskosten
4.15.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een van partijen in de proceskosten te veroordelen. [verweerders] hebben hierom verzocht, omdat het indienen van het verzoek door [verzoeker] volgens hen niet nodig was om te komen tot een door partijen gezamenlijk te benoemen deskundige. De rechtbank is het daar niet mee eens; ondanks pogingen daartoe, waaronder mediation, is het partijen niet gelukt op samen tot de benoeming van deskundige te komen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de vragen zoals hiervoor onder 4.7 opgenomen,
5.2.
benoemt tot deskundige:
M. Hermens
verbonden aan Haskoning Nederland B.V.
correspondentieadres: [adres 2]
telefoon: [telefoonnummer]
e-mailadres: [e-mailadres]
5.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
5.4.
bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:
  • de deskundige moet
  • de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen,
  • partijen kunnen desgewenst
  • als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag,
  • als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot door de rechtbank vastgesteld,
5.5.
bepaalt dat [verzoeker] het voorschot dient over te maken
binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
5.6.
draagt de griffier op de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van betaling van het voorschot,
5.7.
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,
het onderzoek
5.8.
bepaalt dat (de advocaat van) [verzoeker] binnen twee weken na vandaag het procesdossier en de andere onder 4.12 genoemde documenten in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
5.9.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
5.10.
wijst de deskundige erop dat:
  • de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken en van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
  • de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier over betaling van het voorschot,
  • de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
  • de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
  • de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen. Als maar één partij bij het onderzoek ter plaatse aanwezig is, mag de deskundige dit onderzoek niet uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport blijkt dat hieraan is voldaan,
  • als partijen bij het onderzoek ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
5.11.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, zij de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
5.12.
draagt de deskundige op om uiterlijk zes maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
5.13.
wijst de deskundige erop dat:
  • uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
  • de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
5.14.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overig
5.15.
bepaalt dat de deskundige in geval van onduidelijkheden, vragen of opmerkingen over deze beschikking, het onderzoek of de kosten contact dient op te nemen met het deskundigenbureau van de rechtbank (deskundigen.civiel.rb.amsterdam@rechtspraak.nl).
Deze beschikking is gewezen door mr. J. Huber, rechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.

Voetnoten

1.HR 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL8610.
2.De nulmeting van Premiumkeur van 20 oktober 2023 (maakt geen onderdeel uit van het procesdossier).
3.Artikelen 195 en 205 Rv zoals zij vóór 1 januari 2025 golden.