Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[verweerder 1] ,2. [verweerder 2] ,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker] , ingekomen op de griffie op 4 december 2024, met producties,
- het verweerschrift van [verweerders] met producties,
- de beschikking van 6 februari 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte overlegging bijlage van [verzoeker] , met productie 30,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 april 2025,
- de brief van 8 juli 2025 van mr. Poot, waarin is verzocht zich bij akte uit te laten over de aan deskundige te stellen vragen,
- de brief van 9 juli 2025 van mr. De Vries, waarin is verzocht om zich bij akte uit te laten over de persoon van de deskundige en de te stellen vragen,
- het e-mailbericht van 14 juli 2025 van mr. De Vries, waaruit blijkt dat [verzoeker] een andere deskundige voorstelt dan eerder in het verzoekschrift is genoemd, met bijlagen,
- de akte uitlating deskundige van [verweerders] ,
- de akte uitlaten van [verzoeker] .
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
- het funderingsonderzoek van Duyts van 10 juni 2022 (productie 5 verzoekschrift),
- het ERB-rapport van 10 augustus 2022 (productie 4 verzoekschrift),
- het inspectierapport van Monumentenwacht van 24 april 2023 (productie 6 verzoekschrift),
- de door De Beaufort gemaakte beoordeling van de verbouwing van 19 september 2023 (productie 12 verzoekschrift),
- het opname verslag van De Beaufort van 28 december 2023 (productie 15 verzoekschrift),
- het deelinspectierapport van Monumentenwacht van 20 december 2023 (productie 16 verzoekschrift),
- het rapport van ERB van 12 januari 2024 (productie 19 verzoekschrift).
- de vergunningsaanvraag van 3 juli 2023,
- de nulmeting van Premiumkeur van 20 oktober 2023,
- het deelinspectierapport van Monumentenwacht van 23 mei 2025,
- notitie 6 van Strackee van 10 juli 2025,
- notitie 7, addendum bij rapport 01B Strackee van 28 juli 2025.
5.De beslissing
- de deskundige moet
- de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen,
- partijen kunnen desgewenst
- als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag,
- als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot door de rechtbank vastgesteld,
binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken en van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier over betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen. Als maar één partij bij het onderzoek ter plaatse aanwezig is, mag de deskundige dit onderzoek niet uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport blijkt dat hieraan is voldaan,
- als partijen bij het onderzoek ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,