ECLI:NL:RBAMS:2025:10244

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
C/13/760664 / FA RK 24-8391
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging erkenning en vaststelling vaderschap met betrekking tot minderjarige in het kader van naamrecht en familie- en gezinsleven

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 19 december 2025 een beschikking gegeven inzake de vernietiging van de erkenning van een minderjarige door de erkenner en de vaststelling van het vaderschap door de man. De moeder van de minderjarige heeft op 21 november 2024 een verzoek ingediend om de juridische situatie te laten overeenkomen met de feitelijke situatie, zodat de man als juridische vader van de minderjarige kan worden erkend. De erkenner, die de minderjarige op 17 juli 2009 heeft erkend, is niet de biologische vader, wat door een DNA-onderzoek is bevestigd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de erkenning van de erkenner vernietigd moet worden, omdat hij niet de biologische vader is. Tevens is het verzoek van de bijzondere curator om het vaderschap van de man vast te stellen toegewezen, onder de voorwaarde dat de vernietiging van de erkenning in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat de geslachtsnaam van de minderjarige moet worden gewijzigd naar die van de man en de moeder, in overeenstemming met het uitgangspunt van eenheid van naam binnen het gezin. De rechtbank heeft geconcludeerd dat toepassing van artikel 1:7 lid 4 BW in dit geval een onrechtmatige inbreuk oplevert op het recht op identiteit en het recht op familie- en gezinsleven van de minderjarige. De beschikking is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, mr. M.W. van der Weel.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/760664 / FA RK 24-8391 (LH MW)
Beschikking van 19 december 2025 betreffende vernietiging van de erkenning en gerechtelijke vaststelling vaderschap
in de zaak van:
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. E.E. Sprenkeling te Amsterdam,
tegen
[de erkenner] ,
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen de erkenner,
niet verschenen.
als belanghebbenden zijn aangemerkt:
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen de man,
en
mr. E.C. Weijsenfeld,
kantoorhoudende te Amsterdam,
in haar hoedanigheid van bijzondere curator over na te noemen minderjarige,
hierna te noemen de bijzondere curator.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoek van de moeder, ingekomen op 21 november 2024;
  • het rapport van de bijzondere curator ingekomen op 10 maart 2025;
  • een F9-formulier van de moeder, ingediend op 10 maart 2025, met haar reactie op het rapport van de bijzondere curator.
1.2.
De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 december 2025. Ter zitting zijn verschenen:
  • de moeder en haar advocaat;
  • de man;
  • de minderjarige en
  • de bijzondere curator.
De erkenner is alhoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
1.3.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de na de zitting ingekomen e-mail van de advocaat van de vrouw van 10 december 2025.
1.4.
De datum van de beschikking is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Op [geboortedatum 2] 2009 te Amsterdam is uit de moeder geboren:
[de minderjarige](hierna: [de minderjarige] ).
2.2.
[de minderjarige] is met toestemming van de moeder op 17 juli 2009 erkend door [de erkenner] . Op de erkenning is Nederlands recht toegepast.
2.3.
Bij Koninklijk besluit van 23 november 2021 is de geslachtsnaam van [de minderjarige] gewijzigd van [geslachtsnaam erkenner] in [geslachtsnaam moeder] .
2.4.
De moeder, de erkenner, de man en [de minderjarige] hebben allen de Nederlandse nationaliteit.
2.5.
Bij beschikking van deze rechtbank van 8 januari 2025 is mr. E.C. Weijsenfeld benoemd tot bijzondere curator over [de minderjarige] .

3.Het verzoek van de moeder

3.1.
De moeder wenst - verkort weergegeven – dat de juridische situatie zal overeenstemmen met de feitelijke situatie, zodat de man de juridische vader van [de minderjarige] zal zijn. De moeder is het eens met het rapport van de bijzondere curator en de door de bijzondere curator namens de minderjarige ingediende zelfstandige verzoeken. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij haar eigen verzoeken – voor zover dat de rechtbank praktisch voorkomt – intrekt.

4.Het standpunt van de bijzondere curator

4.1.
De bijzondere curator verzoekt bij wijze van zelfstandig verzoek namens de minderjarige, de erkenning door [de erkenner] te vernietigen op grond van het feit dat hij niet zijn biologische vader is. De bijzondere curator verzoekt tevens namens de minderjarige om het vaderschap van de man ten aanzien van [de minderjarige] vast te stellen, onder de opschortende voorwaarde dat de vernietiging van de erkenning in kracht van gewijsde is gegaan. Ten slotte verzoekt de bijzondere curator vast te stellen dat [de minderjarige] dezelfde geslachtsnaam als zijn zus [naam] zal hebben, te weten: [de man] [de moeder] .

5.De beoordeling

5.1.
Ter beoordeling aan de rechtbank liggen de door de bijzondere curator ingediende verzoeken voor.
Vernietiging erkenning
Toepasselijk recht
5.2.
Op grond van artikel 10:96 en 10:95 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is op de vernietiging van de erkenning hetzelfde recht van toepassing als het recht dat op de erkenning van toepassing was. Op de erkenning is Nederlands recht toegepast, dus ook op het verzoek tot vernietiging van de erkenning.
Juridisch kader
5.3.
Op grond van artikel 1:205, eerste lid BW kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning kan, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, bij de rechtbank worden ingediend:
a. door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
b. door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;
c. door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog, of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden bewogen is toestemming tot de erkenning te geven.
5.4.
De rechtbank stelt vast dat de bijzondere curator ontvankelijk is in het namens de minderjarige ingediende verzoek.
5.5.
De man heeft ter zitting aangegeven dat hij de biologische vader is van [de minderjarige] en dat hij een goede band met hem heeft. Hij is het eens met het verzoek en wenst dat zijn vaderschap over [de minderjarige] wordt vastgesteld.
5.6.
De conclusie van het vaderschapsrapport van 25 juni 2024 van Consanguinitas is dat de kans dat de man [de man] de biologische vader is van [de minderjarige] is, 99,999 % is. Weliswaar hebben de moeder en de man in dezen zelf DNA-materiaal hebben afgenomen, zodat dit geen officieel rechtsgeldig DNA-onderzoek betreft, echter in onderling verband bezien met hetgeen ter zitting naar voren is gekomen en de overige stukken in het dossier, ziet de rechtbank geen aanleiding een nieuw rechtsgeldig DNA-onderzoek te bepalen. De rechtbank gaat daarom uit van de juistheid van de conclusie van het rapport van Consanguinitas. De rechtbank is dan ook van oordeel dat voldoende is aangetoond dat de man de biologische vader is van [de minderjarige] . De rechtbank concludeert hieruit dat de erkenner niet de biologische vader van [de minderjarige] kan zijn. De rechtbank zal het verzoek tot vernietiging van de erkenning daarom toewijzen.
Vaststelling vaderschap
Toepasselijk recht
5.7.
Artikel 10:97 eerste lid BW bepaalt dat de vraag of en onder welke voorwaarden het ouderschap van een man gerechtelijk kan worden vastgesteld, dient te worden beantwoord door toepassing van het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de man en de moeder, of indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de man en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien dit ook ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Voor de toepassing van het eerste lid is bepalend het tijdstip van indiening van het verzoek.
5.8.
De moeder en de biologische vader hebben de Nederlandse nationaliteit, reden dat Nederlands recht van toepassing is op het verzoek.
Juridisch kader
5.9.
Ingevolge artikel 1:207 lid 1 BW kan het ouderschap van een persoon, ook indien deze is overleden, worden vastgesteld op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat deze als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van:
a. a) de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt;
b) het kind.
Ingevolge lid 3 van genoemd artikel wordt – voor zover van belang – het verzoek door de moeder ingediend binnen vijf jaren na de geboorte van het kind.
5.10.
Nu aan het verzoek van het kind geen vervaltermijn is verbonden, kan de bijzondere curator worden ontvangen in haar verzoek.
5.11.
Zoals reeds hiervoor onder r.o. 5.6 is overwogen acht de rechtbank voldoende aangetoond dat de man de biologische vader is van [de minderjarige] . De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige] dat de juridische werkelijkheid zal overeenstemmen met de feitelijke werkelijkheid en zal het verzoek toewijzen.
Geslachtsnaam
5.12.
De bijzondere curator verzoekt als geslachtsnaam van [de minderjarige] , [de man] [de moeder] vast te stellen en daarbij hetgeen is bepaald in artikel 1:7 lid 4 BW buiten toepassing te laten.
5.13.
De rechtbank stelt vast dat ter zitting is gebleken dat zowel de moeder, als de man en [de minderjarige] het met dit verzoek eens zijn en wensen dat [de minderjarige] dezelfde geslachtsnaam als hun dochter respectievelijk zus zal hebben, te weten [de man] [de moeder] .
5.14.
De rechtbank overweegt als volgt.
5.15.
De moeder en de man zijn ook de ouders van de zus van [de minderjarige] : [naam] , geboren op [geboortedatum 1] 2010. De zus van [de minderjarige] heeft de geslachtsnaam [geslachtsnaam man] [geslachtsnaam moeder] .
5.16.
Zoals reeds hiervoor vermeld, is de geslachtsnaam van [de minderjarige] bij koninklijk besluit van 23 november 2021 gewijzigd in de geslachtsnaam van de moeder, te weten [geslachtsnaam moeder] .
5.17.
Op grond van artikel 1:7 lid 4 BW blijft een wijziging of vaststelling van de geslachtsnaam door de Koning in stand niettegenstaande een latere erkenning of gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.
5.18.
Ingevolge artikel 1:5 lid 2 BW houdt, indien een kind door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, het de geslachtsnaam van de moeder, tenzij de moeder en de man, wiens vaderschap is vastgesteld, ter gelegenheid van de vaststelling gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben of van beide ouders in een vrij te bepalen volgorde. De rechterlijke uitspraak inzake de vaststelling van het vaderschap vermeldt de verklaring van de ouders omtrent de geslachtsnaamkeuze. Ingevolge lid 8 van dit artikel kan een verklaring van de ouders als bedoeld in het tweede, vierde of zesde lid, slechts ten aanzien van de geslachtsnaam van hun eerste kind worden afgelegd.
5.19.
De rechtbank overweegt dat uitgangspunten van het naamrecht zijn:
a. de gelijke behandeling van man en vrouw en van kinderen staande en buiten het huwelijk geboren;
b. meer keuzevrijheid in het naamrecht;
c. rekening houden met de belangen van het maatschappelijk verkeer en met die van een goed functionerende overheidsorganisatie;
d. rekening houden met de eenheid van het gezin, voor zover die tot uitdrukking komt in de naam.
5.20.
Een belangrijk uitgangspunt van het Nederlandse naamrecht is de eenheid van naam in het gezin, dat is neergelegd in lid 8 van artikel 1:5 BW. Hiermee wordt bedoeld dat volle broers en zussen – in beginsel – dezelfde geslachtsnaam dragen en dat volgende kinderen van dezelfde ouders dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind dienen te hebben. Volgens dit uitgangspunt zou [de minderjarige] dezelfde geslachtsnaam als zijn zus moeten dragen. Toepassing van artikel 1:7 lid 4 BW staat echter aan wijziging van de geslachtsnaam in de weg. De rechtbank overweegt dat toepassing van artikel 1:7 lid 4 BW in dit geval niet in overeenstemming is met het uitgangspunt van het naamrecht dat streeft naar eenheid van naam in eenzelfde gezin. De rechtbank overweegt dat de door [de minderjarige] en zijn ouders gewenste geslachtsnaamwijziging daarmee wel in overeenstemming is.
5.21.
Verder staat voorop dat het naamrecht onder de bescherming valt van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Ingevolge dit artikel heeft [de minderjarige] recht op eerbiediging van zijn privéleven en familie- en gezinsleven en is inmenging door het openbaar gezag slechts toegestaan voor zover dat noodzakelijk is ter bescherming van de in art. 8 lid 2 EVRM genoemde belangen. Volgens het tweede lid van artikel 8 EVRM is dit slechts toegestaan voor zover dit bij de wet is voorzien én in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
5.22.
[de minderjarige] heeft er een belang bij dat zijn geslachtsnaam dezelfde is als die van zijn zus, omdat er anders een ongewenst emotioneel onderscheid binnen het gezin zou bestaan. De rechtbank acht dit onderscheid niet in het belang van [de minderjarige] en daarom onwenselijk. De rechtbank acht het voor [de minderjarige] van belang dat hij zich kan identificeren met zijn ouders, zijn zus en zich met hen verbonden voelt.
5.23.
De rechtbank is van oordeel dat de in lid 2 van dit artikel genoemde belangen in dit geval geen inbreuk op het privé- en familieleven van de [de minderjarige] rechtvaardigen. In dit geval verzet het belang van de openbare veiligheid en het voorkomen van wanordelijkheden zich niet tegen een geslachtsnaamwijziging. Ook voor het overige valt niet in te zien dat een geslachtsnaamwijziging ontoelaatbaar is, zodat een inmenging in dit geval niet noodzakelijk moet worden geacht op grond van (één van) de in artikel 8 lid 2 EVRM genoemde belangen.
5.24.
De rechtbank is van oordeel dat toepassing van artikel 1:7 lid 4 BW, onder de bijzondere omstandigheden van dit geval een onrechtmatige inbreuk oplevert op het recht op identiteit en het recht op familie- en gezinsleven van [de minderjarige] en zijn ouders.
5.25.
Dit betekent dat de rechtbank het verzoek zal toewijzen.
5.26.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
vernietigt de door [de erkenner] op 17 juli 2009 gedane erkenning van:
[de minderjarige] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 2] 2009;
6.2.
stelt – onder de opschortende voorwaarde dat de vernietiging van de erkenning in kracht van gewijsde is gegaan - vast het ouderschap van de man:
[de man] ,
geboren te [geboorteplaats 2] , Uganda op [geboortedatum 3] 1980,
wonende te [woonplaats] ,
ten aanzien van:
[de minderjarige],
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 2] 2009.
6.3.
stelt als geslachtsnaam van voornoemde minderjarige vast:
[geslachtsnaam man] [geslachtsnaam moeder];
6.4.
draagt de griffier op, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam;
6.5.
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator beëindigd, tenzij tegen de afstammingsuitspraak een rechtsmiddel wordt ingesteld;
6.6.
wijst het meer en anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. van der Heijden, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.W. van der Weel, griffier, op 19 december 2025. [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).