Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het verzoek en het verweer
5.De beoordeling
Uhm even denken ja nee als je echt druk hebt en je zegt dat iedereen proffesioneel geholpen wilt worden dan laat ik het wel voor wat het is zodat het niet chaotisch voor je word”. Omdat [verzoekster] zelf de dienst heeft afgezegd, heeft zij geen recht op loon voor deze uren.
Hey! Je bent morgen vrij we moeten eerst nog alles bespreken voor we klanten doen”. Hieruit volgt niet dat [verzoekster] een keuze had om de dienst wél door te laten gaan, noch dat zij de mogelijkheid heeft gekregen al dan niet in te stemmen met het vervallen van de dienst. Het appbericht is immers geen vraag aan [verzoekster] , maar eerder een mededeling. Dat betekent dat [verweerster] voor de dienst van 11 mei 2025 nog loon aan [verzoekster] is verschuldigd, omdat deze dienst is ingetrokken binnen vier dagen voor aanvang van de dienst. Het gaat om een bedrag van € 84,36 bruto.
Aangezien ik nog steeds een contract bij je heb, hoor ik wel graag formeel wat de status is van onze samenwerking, onder welke voorwaarden jij deze wilt beëindigen (…)”. Vervolgens heeft [verweerster] kennelijk getracht de arbeidsovereenkomst te beëindigen met wederzijds goedvinden, waarbij zij de opzegtermijn van 2 maanden, zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst, tot uitgangspunt heeft genomen. In aanmerking genomen dat [verweerster] een jonge, beginnende onderneemster is, die nog geen ervaring heeft met personeelszaken, kan haar maar in beperkte mate kwalijk worden genomen dat ze de contractbeëindigingsonderhandelingen met [verzoekster] op deze wijze heeft aangepakt. In ieder geval haalt de handelswijze van [verweerster] – voor zover daar al een mate van verwijtbaarheid uit voortvloeit – niet de lat van ernstige verwijtbaarheid.