ECLI:NL:RBAMS:2025:10256

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
11721861 \ CV EXPL 25-7707
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis inzake bewijsopdracht in geschil over abonnementskosten tussen Vodafone en EU-Tax

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 14 november 2025 een tussenvonnis uitgesproken in een geschil tussen Vodafone Libertel B.V. en EU-Tax B.V. Vodafone vordert betaling van € 9.606,72 van EU-Tax, bestaande uit hoofdsom, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten, wegens onbetaalde abonnementskosten voor een mobiel abonnement. EU-Tax betwist de vordering en stelt dat er een teambundel actief was op het telefoonnummer, waardoor zij niet verplicht zou zijn om te betalen voor buitenbundelverbruik. De kantonrechter heeft EU-Tax opgedragen bewijs te leveren dat de teambundel op het telefoonnummer was geactiveerd op het moment van het in rekening gebrachte verbruik. De zaak is aangehouden in afwachting van de bewijslevering, waarbij EU-Tax de mogelijkheid heeft om bewijsstukken te overleggen of getuigen te horen. De volgende zitting is gepland voor 12 december 2025, waar EU-Tax zich moet uitlaten over het bewijs.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11721861 \ CV EXPL 25-7707
Vonnis van 14 november 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VODAFONE LIBERTEL B.V.,
gevestigd te Maastricht,
eiseres,
gemachtigde: mr. W. van Dijk,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EU-TAX B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna Vodafone en EU-Tax genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 14 mei 2025 met producties 1 tot en met 5,
  • de conclusie van antwoord,
  • het tussenvonnis van 17 juli 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
  • de akte uitlating producties van EU-Tax,
  • de akte van Vodafone met producties 7 tot en met 9,
  • de akte van Vodafone met producties 10 en 11,
  • het e-mailbericht van EU-Tax van 15 oktober 2025,
  • de mondelinge behandeling van 15 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het dossier bevinden.
1.2.
Daarna is bepaald dat vandaag een vonnis wordt uitgesproken.

2.De feiten

2.1.
Vodafone is een aanbieder van mobiele telecommunicatiediensten aan consumenten en zakelijke afnemers. Partijen hebben meerdere overeenkomsten gesloten met betrekking tot de levering van telefoondiensten. Een van die overeenkomsten is het mobiel abonnement waar telefoonnummer: [telefoonnummer] (hierna: het telefoonnummer) aan is verbonden. De algemene voorwaarden van Vodafone zijn van toepassing op de overeenkomsten.
3. Het geschil
3.1.
Vodafone vordert - samengevat - dat de kantonrechter EU-Tax bij uitvoerbaar te verklaren vonnis veroordeelt tot betaling van een totaalbedrag van € 9.606,72, vermeerderd met rente en kosten. Het bedrag is als volgt opgebouwd:
  • a) € 7.105,26 aan hoofdsom,
  • b) € 1.435,67 aan wettelijke handelsrente,
  • c) € 1.065,79 aan buitengerechtelijke incassokosten.
3.2.
Vodafone legt daar, kort gezegd, aan ten grondslag dat EU-Tax in de periode van september 2022 tot en met april 2023 abonnementskosten heeft gemaakt, die Vodafone meerdere keren in rekening heeft gebracht. EU-Tax heeft niet betaald.
3.3.
EU-Tax concludeert primair tot afwijzing van de vorderingen van Vodafone, met veroordeling van Vodafone in de kosten van deze procedure. Subsidiair verzoekt zij – indien en voor zover de vordering (gedeeltelijk) wordt toegewezen – compensatie van de proceskosten.
3.4.
EU-Tax legt daar, kort gezegd, aan ten grondslag dat er een teambundel actief was op het telefoonnummer. Daardoor is geen sprake van buitenbundelverbruik en hoeft zij niet te betalen.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Partijen zijn het erover eens dat EU-Tax een zakelijk abonnement had afgesloten en het door Vodafone naar voren gebrachte verbruik in de gefactureerde periode bij het telefoonnummer in kwestie hoort. Zij zijn het er niet over eens of de “
Teambundel Red Pro” (hierna: de teambundel) was geactiveerd op het telefoonnummer, zodat een deel van het dataverbruik onder deze teambundel viel en niet afzonderlijk in rekening kon worden gebracht. Omdat EU-Tax zich daarop beroept, rust de stelplicht- en bewijslast daarvan op haar.
4.2.
EU-Tax stelt dat een medewerker van de Vodafone-winkel in [plaats] heeft verteld dat de door haar afgesloten teambundel zou worden geactiveerd op alle telefoonnummers binnen haar klantnummer. Dat geeft Vodafone ook aan op het forum op haar website, zoals blijkt uit een screenshot waarin een “Oud Community Moderator” van Vodafone in augustus 2019 schrijft:
“(...) Zodra je de groep bundel hebt, maak je meteen met zij alle hier gebruik van [bundel] (...)”. Daarnaast heeft zij een screenshot overgelegd van haar klantomgeving in het online portaal van Vodafone (hierna: het online klantportaal) op 5 februari 2023. Daar staat dat de teambundel met 150 GB op dat moment volledig beschikbaar was voor het betreffende telefoonnummer, aldus EU-Tax.
4.3.
Vodafone betwist dat de teambundel automatisch van toepassing zou zijn op alle nummers binnen een klantnummer. Als het gaat om de gestelde mededelingen door haar verkoopmedewerker in de Vodafone-winkel, betwist zij dat dit soort toezeggingen zijn gedaan. De bundel moet per abonnement geactiveerd worden. In dat verband heeft zij verwezen naar een uitdraai van alle abonnementen van EU-Tax. In die uitdraai staat bij het telefoonnummer niet dat de bundel was geactiveerd, in tegenstelling tot een ander telefoonnummer van EU-Tax waar dat wel bij staat vermeld. Ook heeft zij aan het telefoonnummer verstuurde sms-berichten van januari 2023 en februari 2023 overgelegd. Deze sms-berichten waarschuwden EU-Tax voor overschrijding van haar databundel, zodat ook om die reden duidelijk moest zijn dat er op dat telefoonnummer geen teambundel was geactiveerd. Vodafone heeft verder tijdens de zitting benadrukt dat het verweer van EU-Tax alleen opgaat voor een bedrag van € 2.675,00 aan verbruikskosten van het telefoonnummer, omdat de rest van de in rekening gebrachte abonnementskosten niet zien op buitenbundelverbruik van het telefoonnummer in kwestie. Voor wat betreft de screenshot van het online klantportaal betwist Vodafone de authenticiteit, met als onderbouwing dat het voor de hand had gelegen als EU-Tax dit in een eerder stadium met Vodafone had gedeeld, aldus Vodafone.
4.4.
Daar heeft EU-Tax op haar beurt tegen in gebracht dat zij (ook) een video heeft opgenomen op de desbetreffende dag dat het online klantportaal is geraadpleegd, zodat zij de authenticiteit van de screenshot kan bewijzen (zie ov. 4.2). Verder heeft EU-Tax erkend dat haar verweer voor wat betreft de teambundel alleen op gaat voor het bedrag van € 2.675,00, maar aangevoerd dat zij voor het overige bedrag mocht opschorten omdat Vodafone op enig moment ten onrechte haar abonnementen heeft afgesloten.
EU-Tax krijgt een bewijsopdracht
4.5.
De kantonrechter zal alleen ingaan op het geschil over het bedrag van € 2.675,00. Daarvoor moet de vraag worden beantwoord of de teambundel wel of niet actief was op het telefoonnummer. Het is niet in geschil dat de rest van de vordering ziet op normale abonnementskosten. EU-Tax heeft pas op de zitting daar een verder niet onderbouwd verweer tegen gevoerd. Zij heeft niet gemotiveerd vanaf welk moment zij dan mocht opschorten en waarom de bewuste betalingsverplichtingen waarvan Vodafone betaling vordert onder dat beroep op opschorting zouden vallen.
4.6.
Voorop staat dat uit de overgelegde screenshot van het online klantportaal volgt dat de teambundel was geactiveerd voor het telefoonnummer. Vodafone weerspreekt gemotiveerd de authenticiteit daarvan en EU-Tax heeft op haar beurt nader bewijs aangeboden. Omdat Vodafone zelf tijdens de zitting erop heeft gewezen dat een klant zijn databundel kan verifiëren in het online klantportaal, is naar het oordeel van de kantonrechter van belang of - zoals EU-Tax stelt - in dit online klantportaal te zien was dat de groepsbundel van toepassing was op het telefoonnummer. EU-Tax wordt dan ook toegelaten tot het bewijs van haar stellingen.
Hoe nu verder
4.7.
De kantonrechter draagt EU-Tax op te bewijzen dat de teambundel geactiveerd was op het telefoonnummer op het moment van het in rekening gebrachte verbruik. Zij mag zich op de rol van 12 december 2025 uitlaten over het door haar te leveren bewijs. Vodafone zal vervolgens drie weken later in de gelegenheid worden gesteld zich hierover uit te laten. Indien en voor zover EU-Tax slaagt in haar bewijsopdracht, komt vast te staan dat het bedrag van € 2.675,00 aan verbruikskosten binnen de teambundel vielen en dus niet afzonderlijk verschuldigd zijn. In dat geval is EU-Tax gehouden om de rest van de hoofdsom te betalen. Als EU-Tax niet slaagt in de bewijsopdracht, is zij de gehele hoofdsom verschuldigd.
4.8.
In afwachting van de bewijslevering wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
draagt EU-Tax op te bewijzen dat de teambundel geactiveerd was op het telefoonnummer op het moment van het in rekening gebrachte verbruik, als bedoeld onder ov. 4.7,
5.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
vrijdag 12 december 2025voor uitlating door EU-Tax of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
5.3.
bepaalt dat, als EU-Tax geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel
bewijsstukkenwil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
5.4.
bepaalt dat, als EU-Tax
getuigenwil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden
februari2026 tot en met
april2026 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
5.5.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. R.P.F. de Groot, in het gerechtsgebouw te Amsterdam, Parnassusweg 280,
5.6.
bepaalt dat
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,
5.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. de Groot, rechter, bijgestaan door mr. L.M. Garritsen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2025.