Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
4.
[gedaagde 4],
1.De procedure
- [eiseres] met haar partner [naam] en mr. Faez,
- [gedaagde 1] en [gedaagde 3] met mr. Thole.
2.De feiten
2. Aanpassing bouwkundige detaillering van blijvend waterdichte aansluitingen beide zijgevels [adres 1] op buurpanden.
De voorzieningenrechter
om binnen vier weken na betekening van dit vonnis aan te vangen met de nakoming van de rapportageverplichtingen, zoals uiteengezet in de randnummers 35 tot en met 39 van de aan dit vonnis gehechte dagvaarding, en deze werkzaamheden uiterlijk drie maanden na betekening van dit vonnis te voltooien,
tot betaling van een dwangsom aan eisers van € 1.000,00 voor iedere dag dat zij niet (tijdig) aan de veroordeling onder 5.1 voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,(…)”
39. Indien partijen niet binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis tot overeenstemming komen over de persoon van de bouwkundig deskundige, wordt voorgesteld om de heer A. Bouwman van het Bureau voor Bouwpathologie aan te wijzen als onafhankelijk toezichthoudend deskundige, gelet op diens bekendheid met soortgelijke funderingsvraagstukken en zijn deskundigheid op het terrein van waterdichte detaillering en zettingsschade.(…)”
3.Het geschil
primair:
subsidiair: een verklaring voor recht uit te spreken inhoudende dat [eiseres] over de reeds verstreken periode geen dwangsom heeft verbeurd,
meer subsidiair: [gedaagden] te veroordelen de verbeurde dwangsommen niet te executeren,
4.De beoordeling
binnen vier wekenna betekening van het vonnis dient aan te vangen met de nakoming van de rapportageverplichtingen zoals uiteengezet in randnummers 35 tot en met 39 van de dagvaarding. Die werkzaamheden dienen uiterlijk drie maanden na betekening van het vonnis te zijn voltooid. Het vonnis is op 14 oktober 2025 aan [eiseres] betekend, waardoor [eiseres] in ieder geval vóór 11 november 2025 (vier weken nadien) geen dwangsom verbeurd kan zijn. Ook daarna is geen dwangsom verbeurd. Zij had immers nog tot drie maanden na betekening de tijd om de werkzaamheden te voltooien en dus de werkzaamheden van 23 oktober 2025 indien nodig opnieuw te laten uitvoeren in lijn met aanbeveling 3.
voorgesteldom Bureau voor Bouwpathologie aan te wijzen. Dat daaruit een verplichting zou voortvloeien omdat het voorstel anders betekenisloos zou zijn, zoals [gedaagden] stelt, is onjuist. Desondanks is [eiseres] op 23 oktober 2025, een dag nadat [gedaagden] haar wees op de vermeende verplichting om in te stemmen met Bureau voor Bauwpathologie, akkoord gegaan met het aanstellen van Borgers. Ook de nadien door Borgers gestelde voorwaarden zijn door [eiseres] geaccepteerd. Dat de door [gedaagden] gewenste deskundige pas op 13 november 2025 beschikbaar was, kan [eiseres] niet worden verweten. Dat Borgers eerder beschikbaar was als [eiseres] hem op andere wijze zou hebben benaderd, is niet aannemelijk. Borgers noemde immers al in zijn eerste e-mail dat hij pas in de week van 10 november 2025 beschikbaar pas. Ook de overige vertraging kan [eiseres] niet worden verweten. Die vertraging houdt immers verband met de door [gedaagden] gestelde, onredelijke voorwaarde dat [eiseres] alsnog een dwangsom zou zijn verschuldigd tot het moment dat Borgers vond dat de werkzaamheden goed verliepen. Dat zou betekenen dat [eiseres] voor het al dan niet (verder) verbeuren van een dwangsom afhankelijk zou zijn van de mening van Borgers. Dat schiet het doel van de dwangsom voorbij, die immers bedoeld is als prikkel tot nakoming. Van [eiseres] kon gelet op voorgaande niet meer inspanning of zorgvuldigheid worden gevergd dan zij al heeft betracht waar het de aanstelling van Borgers betreft en het was voor haar dan ook onmogelijk om (tijdig) aan de veroordeling uit het vonnis te voldoen.