ECLI:NL:RBAMS:2025:10286
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning te Amsterdam
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam stelde de WOZ-waarde van een bovenwoning in Amsterdam voor het kalenderjaar 2024 vast op € 408.000,-. Eiser, eigenaar van de woning, maakte bezwaar tegen deze vaststelling en stelde dat de waarde te hoog was, verwijzend naar de verkoopprijs van € 300.000,- aan de zittende huurder in september 2022.
De rechtbank overwoog dat de verkoopprijs niet de waarde in het economische verkeer weerspiegelt omdat de woning niet vrij op de markt is aangeboden en verkocht is aan de zittende huurder. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport en recente verkoopcijfers van vergelijkbare woningen in de buurt. De rechtbank achtte deze vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar en vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en wees het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Tijselink op 18 november 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 408.000,- is ongegrond verklaard.