In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 19 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen HILTERMANN LEASE B.V. en een gedaagde partij over een huurkoopovereenkomst voor een auto. De procedure begon met een dagvaarding op 9 april 2025, gevolgd door een mondelinge behandeling op 10 december 2025. HILTERMANN vorderde ontbinding van de overeenkomst en betaling van achterstallige leasetermijnen, rente en incassokosten, omdat de gedaagde partij niet tijdig had betaald. De rechtbank oordeelde dat de gedaagde toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van de overeenkomst, waardoor ontbinding gerechtvaardigd was. De rechtbank wees de vorderingen van HILTERMANN grotendeels toe, inclusief de hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten. De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt de verplichtingen van partijen in een huurkoopovereenkomst en de gevolgen van betalingsachterstanden.