In deze civiele procedure heeft Kikker Energie B.V. een vordering ingesteld tegen een gedaagde, die in persoon procedeerde. De zaak betreft een geschil over de vraag of er een overeenkomst met een variabel tarief is gesloten. In een tussenvonnis van 14 augustus 2025 kreeg Kikker Energie de opdracht om bewijs te leveren van deze overeenkomst. Kikker Energie diende verschillende producties in, waaronder een nieuwsbrief en e-mails, maar de kantonrechter oordeelde dat deze stukken niet voldoende bewijs boden voor de stelling dat er een variabel tarief was overeengekomen. De kantonrechter concludeerde dat Kikker Energie niet in haar bewijsopdracht was geslaagd en wees het meerdere van de vordering af, met uitzondering van een erkend bedrag van € 2.613,67 dat aan de gedaagde werd toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, maar de proceskosten werden gecompenseerd. Het vonnis werd uitgesproken op 18 december 2025 door kantonrechter J.F. Kuiken.