Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
zaak Aonder feit 1 primair ten laste gelegde (zware mishandeling van [benadeelde partij 1] ) wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte dient te worden vrijgesproken van het in zaak A onder feit 2 primair ten laste gelegde (poging tot zware mishandeling van [benadeelde partij 4] ) en te worden veroordeeld voor de subsidiair ten laste gelegde mishandeling van [benadeelde partij 4] .
zaak Bheeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat er wettig en overtuigend bewijs is voor beide ten laste gelegde feiten.
zaak Averzocht om verdachte vrij te spreken van het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde (zware mishandeling van [benadeelde partij 1] en poging tot zware mishandeling van [benadeelde partij 4] ). Er kan niet worden vastgesteld dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte kon voorzien dat de klap in het gezicht van [benadeelde partij 1] zodanig was dat het letsel een logisch gevolg daarvan was. De onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde mishandeling van [benadeelde partij 1] met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge kan wel worden bewezen.
zaak Bheeft de raadsvrouw verzocht om verdachte vrij te spreken van het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde (openlijke geweldpleging tegen [benadeelde partij 2] en mishandeling van [benadeelde partij 3] ). De verklaringen van de verschillende getuigen lopen zodanig uiteen dat niet eenduidig is vast te stellen of verdachte in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij 2] . Ten aanzien van feit 2 bevat het dossier enkel de verklaringen van [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 2] , maar geen verklaringen van objectieve getuigen. Verder volgt uit de letselverklaring van [benadeelde partij 3] niet dat zij is mishandeld door verdachte en is het niet uit te sluiten dat [benadeelde partij 3] het vermeende letsel per ongeluk heeft opgelopen tijdens het ertussen springen bij het geweldsincident.
Feiten en omstandigheden
bijlage IIzijn opgenomen van de volgende feiten en omstandigheden uit.
Vrijspraak poging zware mishandeling [benadeelde partij 4] (zaak A, feit 2 – primair)
Bewezenverklaring zware mishandeling [benadeelde partij 1] (zaak A, feit 1 primair)
Bewezenverklaring mishandeling [benadeelde partij 4] (feit 2 subsidiair)
Feiten en omstandigheden
bijlage IIzijn opgenomen van de volgende feiten en omstandigheden uit.
Vrijspraak mishandeling [benadeelde partij 3] (feit 2)
Bewezenverklaring openlijke geweldpleging (feit 1)
4.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
1. primair
subsidiair
5.Strafbaarheid van de feiten en van verdachte
6.Motivering van de straffen
7.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
- eigen risico 2025 € 385,-
- kosten fysiotherapie € 45,60
- reis- en parkeerkosten € 226,57
- medische kosten neuscorrectie € 6.000,-
2 mei 2025 aan haar linkeroor is geopereerd in verband met gehoorverlies en dat in augustus 2025 sprake was van een fraaie genezing van het oor na de ingreep. Uit de medische gegevens blijkt niet of wat betreft het gehoorverlies een eindtoestand is bereikt. Uit het dossier komt wel naar voren, en dat is op de zitting ook bevestigd door [benadeelde partij 1] , dat zij op dit moment gehoorverlies aan het linkeroor van 20 decibel heeft en dat zij in de toekomst gehoorondersteuning nodig zal hebben. De rechtbank acht een vergoeding van een geldbedrag van € 5.000,- voor het licht gehoorverlies (van 20 decibel) aan het linkeroor billijk.
€ 3.500,- billijk. De rechtbank merkt hierbij op dat dit geldbedrag is gebaseerd op
cosmetische schadeop basis van de beschikbare informatie over de scheefstand van de neus. De rechtbank heeft bij het toewijzen van dit bedrag geen rekening gehouden met mogelijk (toekomstige) medische schade (bijvoorbeeld moeilijker ademen) aan de neus als gevolg van het letsel in het aangezicht. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.
€ 657,17, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 december 2025 en van immateriële schade toewijzen tot een bedrag van
€ 10.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (28 september 2024).
.De gestelde materiële schade bestaat uit de volgende posten: een zonnebril van Cartier ter waarde van € 1.350,- en Apple Airpods ter waarde van € 139,30. Met de vordering zijn ter onderbouwing twee aankoopbonnen overgelegd.
.De medewerker van Slachtofferhulp heeft op de zitting namens de benadeelde partij de vordering toegelicht en de rechtbank verzocht om bij een vrijspraak de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
120(
honderdtwintig)
dagen.
117 (honderdzeventien) dagen, van deze gevangenisstraf
niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
proeftijdvan
2 (twee) jaarvast.
een taakstraf van 300 (driehonderd) uren.
vervangende hechteniszal worden toegepast van
150 (honderdvijftig) dagen.
€ 657,17(
zeshonderdzevenenvijftig euro en zeventien eurocent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 december 2025 en
€ 10.500,-(
tienduizend vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 28 september 2024, tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 11.157,17 (elfduizend honderdzevenenvijftig euro en zeventien eurocent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 657,17 vanaf 9 december 2025 en over € 10.500,- vanaf 28 september 2024, telkens tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
90 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.