ECLI:NL:RBAMS:2025:10507
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens overschrijding redelijke aanmeldtijd
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam legde op 24 april 2025 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan eiser omdat diens auto op 18 april 2025 zonder betaling geparkeerd stond. Eiser maakte bezwaar, dat op 3 juni 2025 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank Amsterdam.
Tijdens de zitting op 17 november 2025 was de gemachtigde van de heffingsambtenaar aanwezig, eiser verscheen niet. Eiser stelde dat hij tijdens de controle nog in de auto zat en bezig was de parkeerapp te activeren, wat pas zes minuten na de naheffingsaanslag lukte. Hij voerde aan dat dit binnen een redelijke aanmeldtijd viel en dat hij geen opzet had om niet te betalen.
De rechtbank oordeelde dat volgens de Parkeerverordening Amsterdam 2025 een redelijke termijn om te betalen doorgaans niet langer dan tien minuten is en dat de handelingen direct na het parkeren moeten worden gestart en zonder onderbreking worden voortgezet. Uit het parkeersysteem bleek dat het kenteken pas om 10:51 uur was aangemeld, ruim een uur na de controle om 09:44 uur. Dit werd bevestigd door het betaalbewijs van eiser.
De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn was overschreden en dat het feit dat eiser de intentie had te betalen niet relevant is voor de objectieve belastingplicht. Er waren geen bijzondere omstandigheden die overmacht aannemelijk maakten. Daarom was de naheffingsaanslag terecht opgelegd en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard vanwege overschrijding van de redelijke termijn voor betaling.